Onze woorden hebben effect — behalve als Jetten ze uitspreekt?
In dit artikel:
Premier Rob Jetten riep tijdens een D66-congres op om tegenstanders “vol op hun bek te slaan”. Hij deed dat als reactie op een vraag over geweld en intimidatie tegen de lhbti-gemeenschap, vrouwen en minderheden, en maakte daarbij een bijpassend handgebaar. De aanwezige partijgenoten reageerden met luid applaus.
De auteur vindt de uitspraak extra opmerkelijk omdat Jetten op 26 mei in de Tweede Kamer juist benadrukte dat politici met hun woorden rechtstreeks invloed hebben op wat er op straat gebeurt. Tijdens een debat over demonstraties en geweld waarschuwde hij toen dat politieke oproepen burgers kunnen ophitsen tegen lokale bestuurders, hulpverleners en medewerkers in de asielopvang.
Volgens de auteur is sprake van een duidelijke tegenstelling tussen Jettens waarschuwing in de Kamer en zijn eigen optreden op het partijpodium. Ook stelt de auteur dat vergelijkbare uitspraken van rechtse politici als Geert Wilders of Thierry Baudet waarschijnlijk tot Kamervragen, langdurige media-aandacht en beschuldigingen van het normaliseren van geweld zouden hebben geleid. Dat de ophef nu uitblijft, wordt in het artikel aangevoerd als bewijs van selectieve verontwaardiging in politiek en media, waarbij de politieke kleur van de spreker zwaarder zou wegen dan de inhoud van de woorden. De auteur eindigt met de vraag of de normen voor het publieke debat voor iedereen gelden, inclusief bestuurders en politici zelf.
Vandaag Inside: Gaat Johan Derksen zijn opwachting maken in het nieuwe klusprogramma van Wilfred Genee?