Onze media en politici slapen, als het gaat om de oorlog in Iran
In dit artikel:
De auteur, een Neder-Iraanse waarnemer, bekijkt de Nederlandse berichtgeving over de oorlog in Iran kritisch en trekt twee lijnen: de mediakritiek en de politieke zorg. In de Nederlandse publieke omroep ziet hij vooral schijnbare diversiteit: Neder-Iraniërs worden veelvuldig ingezet als emotionele getuigen, terwijl analyses en ‘nuchtere’ duiding worden overgelaten aan westerse experts (Clingendael‑typen of oud-militairen). Die rolverdeling reproduceert volgens hem het stereotype van de gevoelsmens uit het Oosten tegenover de rationele westerling en maskert een gebrek aan echte inclusiviteit binnen de NPO, geworteld in koloniale culturele patronen die nog niet zijn doorbroken.
Nog zorgelijker vindt hij het Nederlandse buitenlandsbeleid en de diplomatieke respons. Terwijl Duitsland onder bondskanselier Friedrich Merz snel en scherp reageerde — hij sprak openlijk over opluchting over een mogelijk einde van het “moellah-regime” en de noodzaak Iran’s nucleaire en raketprogramma’s aan te pakken — kozen landen als Noorwegen en Spanje juist expliciet voor veroordeling van de aanvallen van Israël en de VS als schending van het internationaal recht. Nederland daarentegen houdt volgens de schrijver een vage, terughoudende koers aan; premier Rob Jetten pleitte na het uitbreken van de oorlog voor “terughoudendheid”, wat de auteur typeert als een halfslachtige en onvoldoende stellingname.
De geopolitieke context: al maanden verplaatsen de VS grote troepenformaties naar het Midden-Oosten, het Iraanse regime sloeg de binnenlandse opstand harder neer dan ooit, en eerder waren er gezamenlijke bombardementen en liquidaties van invloedrijke regionale leiders door Israël en Amerika. Teheran is nu het brandpunt van deze verstoring. Mensen in Teheran, zegt de auteur op basis van gesprekken, reageren minder verbaasd en met meer helderheid op de escalatie dan de Haagse politiek.
De conclusie is een directe oproep: politici, hun adviseurs en buitenlandse redacties moeten snel hun kennis en geopolitieke sensitiviteit bijspijkeren. Het tijdperk van vriendelijke diplomatieke fraasen is voorbij; Europa zal concreter en slimmer moeten optreden in deze fase van grote regionale ontwrichting.