Onze kinderen erven geen staatsschuld
In dit artikel:
De auteur betoogt dat we anders moeten kijken naar de staatsschuld die toekomstige generaties zouden erven. Volgens hem hoeven kinderen en kleinkinderen die schuld niet rechtstreeks terug te betalen: wanneer staatsobligaties aflopen, kunnen obligatiehouders hun geld terugkrijgen met nieuw gecreëerde euro’s. Daardoor hoeft de samenleving volgens hem niet letterlijk minder te eten om de schuld af te lossen.
Sparen en lenen zijn volgens de auteur twee kanten van dezelfde financiële relatie. Als Mieke 50 euro tijdelijk aan Henk geeft, heeft Henk een schuld en bezit Mieke een spaartegoed. Bij staatsobligaties gebeurt boekhoudkundig iets vergelijkbaars, al zijn daarbij ook commerciële banken en de centrale bank betrokken.
De auteur vergelijkt dit proces met een pizzabakker die vouchers tijdelijk terugneemt om te voorkomen dat alle klanten tegelijk pizza komen halen. Ook de overheid haalt volgens hem geld tijdelijk uit omloop. Dat geld is eerder in omloop gebracht, bijvoorbeeld door betalingen voor publieke projecten. Via lonen en aankopen verspreidt het zich vervolgens door de economie. Om te voorkomen dat overtollig geld de inflatie aanjaagt, geeft de overheid staatsobligaties uit. Banken en daarna particulieren kopen die obligaties en ontvangen daarvoor rente.
Daarom ziet de auteur staatsobligaties niet in de eerste plaats als een manier voor de overheid om geld te lenen, maar als een middel om bestaand geld tijdelijk vast te zetten. Vanuit die visie lijken ze meer op een spaarmogelijkheid dan op een schuld die toekomstige generaties met zware lasten opzadelt. Hij vreest eerder dat niets doen leidt tot een verwaarloosde samenleving en een verslechterd klimaat als erfenis.
De Oranjezomer: Raymond Mens over Jetten: 'Moet oppassen dat hij niet als Premier Feestneus bekend komt te staan'