Onze economie groeide vorig jaar harder dan die van buurlanden
In dit artikel:
In 2025 groeide de Nederlandse economie met 1,8 procent, voornamelijk door hogere bestedingen van huishoudens, blijkt uit cijfers van het CBS. Consumenten gaven meer uit aan wonen, vervoer, recreatie, kleding en voedsel; gecorrigeerd voor inflatie lag de consumptie 1,5 procent hoger. Het reëel beschikbaar inkomen nam met 2,7 procent toe, vooral dankzij hogere lonen en meer banen, maar huishoudens bleven terughoudend met grote aankopen.
Het consumentenvertrouwen bleef negatief — al sinds augustus 2019 — en veel gezinnen spaarden veel: gemiddeld ging 17,3 procent van het inkomen naar buffers, een niveau dat sinds 1995 alleen tijdens de coronaperiode hoger was. De inflatie bleef op 3,3 procent, aangedreven door woonlasten en voedingsmiddelen.
Naast particuliere bestedingen droegen ook hogere overheidsuitgaven, investeringen en een herstel van de export bij aan de groei. De uitvoer van goederen en diensten steeg met 2,4 procent na twee jaren van krimp; met name machines, ruwe aardolie en aardgas, voedingsmiddelen en landbouwproducten werden meer uitgevoerd.
Opmerkelijk was de combinatie van economische groei met minder gewerkte uren: het totaal aantal gewerkte uren daalde met 0,6 procent, waardoor de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur met 2,4 procent toenam — de sterkste stijging in twintig jaar. Het CBS wijst onder meer op strengere handhaving tegen schijnzelfstandigheid, wat heeft geleid tot minder gewerkte uren door zzp’ers.
De arbeidsmarkt bleef krap maar versoepelde iets: het aantal vacatures daalde voor het derde achtereenvolgende jaar en het aantal werklozen steeg licht tot 396.000, terwijl ruim 9,8 miljoen mensen werkten. Internationaal presteerde Nederland beter dan veel buren; de groei lag boven het EU-gemiddelde van 1,5 procent (Duitsland 0,2, België 1,0, Frankrijk 0,8). Tot slot bleven de overheidsfinanciën binnen EU-normen: het begrotingstekort bedroeg 1,6 procent van het bbp en de staatsschuld 44,4 procent.