Onze democratie is gebaat bij iets minder inspraak en een overheid die doorpakt met projecten

woensdag, 7 oktober 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Nederland heeft volgens Hidde Boersma en Floris Kreiken een probleem met zijn uitvoeringskracht: de overheid kan steeds moeilijker grote, urgente projecten realiseren. Dat ondermijnt niet alleen de aanpak van de woningnood, de energietransitie en achterstallig onderhoud aan infrastructuur, maar ook het vertrouwen in de democratie. Burgers haken af wanneer hun inspraak niet leidt tot zichtbare resultaten.

De auteurs contrasteren de huidige traagheid met de Zuiderzeewerken. De Afsluitdijk werd tussen 1927 en 1933 aangelegd en de drooglegging leverde bescherming tegen overstromingen, landbouwgrond en uiteindelijk een nieuwe provincie op. Ook de kerncentrale in Borssele werd in ruim vier jaar gebouwd. Tegenwoordig duurt de aanleg van veel kleinere projecten veel langer. De brug over het Amsterdamse IJ wordt bijvoorbeeld niet vóór 2034 verwacht, de geplande kerncentrales komen waarschijnlijk pas na 2040 en de woningbouw bleef in 2024 steken op 69.000 huizen, tegenover 158.000 in 1973.

Volgens de auteurs is democratie meer dan verkiezingen, inspraak en bescherming van individuele belangen. Zij moet ook collectieve voorkeuren kunnen omzetten in collectieve daden. Door een opeenstapeling van bezwaarprocedures, milieuregels, toetsingen en inspraakmomenten krijgen lokale of individuele belangen soms meer gewicht dan het algemeen belang. Daardoor wordt jarenlang overlegd in plaats van gebouwd. De auteurs verwijzen onder meer naar de Amerikaanse hogesnelheidslijn tussen San Francisco en Los Angeles, die door juridisch getouwtrek nauwelijks vordert, terwijl China in dezelfde periode duizenden kilometers spoor aanlegde.

Het probleem is volgens hen niet dat regels, rechtsbescherming of inspraak op zichzelf verkeerd zijn. Wel is de balans zoekgeraakt. Naast zogenoemde ‘verankerende beginselen’, zoals controle en voorzorg, zijn ook ‘stuwende beginselen’ nodig: het daadwerkelijk realiseren van publieke waarden. De democratische rechtsstaat heeft daarom niet alleen rechtsstatelijke waarborgen en politieke controle nodig, maar ook een sterke uitvoerende overheid.

Andere landen laten zien dat meer daadkracht mogelijk is zonder een autoritair systeem te worden. Duitsland probeert woningbouw te versnellen door procedures te bundelen, bevoegdheden te centraliseren en gemeenten meer ruimte te geven. Madrid realiseerde metro-uitbreidingen sneller door ontwerp, aanbesteding en bouw parallel te organiseren en onderdelen te standaardiseren. In Mexico werden onder president Claudia Sheinbaum besluitvorming en technische expertise dichter bij de overheid gebracht, zodat infrastructuur- en energieprojecten sneller konden worden uitgevoerd.

Voor Nederland stellen de auteurs drie hoofdrichtingen voor. Ten eerste moeten regels en procedures die woningbouw, energieprojecten en andere basisvoorzieningen vertragen kritisch worden herzien. Het advies van de groep Stoer bevat meer dan honderd voorstellen, waaronder het schrappen van circa 150 regels en het halveren van de planvormingsfase voor woningbouw. Dat is geen pleidooi om alle regelgeving af te schaffen, maar om verschillende publieke doelen beter tegen elkaar af te wegen.

Ten tweede moet er meer vertrouwen komen in professionals die plannen uitvoeren en in concrete situaties beslissingen nemen. Te veel controle van bovenaf, versnipperde budgetten en gedetailleerde voorschriften maken maatwerk juist moeilijker. In de zorg, het onderwijs en het sociaal domein gaat daardoor veel tijd verloren aan administratie en verantwoording, terwijl professionals minder ruimte houden om samen oplossingen te vinden.

Ten derde moet de staat eigen kennis en uitvoeringscapaciteit terug opbouwen. Door eerdere bezuinigingen en uitbesteding verdwenen veel ingenieurs, bouwkundigen, energie-experts en ICT-specialisten uit de overheid. Daardoor werd zij afhankelijk van adviesbureaus en verloor zij institutionele kennis. De auteurs pleiten voor een herwaardering van inhoudelijke expertise, een sterkere digitale overheidsdienst en loopbanen waarin vakkennis even zwaar telt als management.

Tot slot is volgens hen een hogere publieke investering nodig. Nederland besteedde tijdens de wederopbouw ongeveer zes procent van het bbp aan infrastructuur, energie en woningbouw; tegenwoordig is dat circa vier procent. Een verhoging naar vijf procent zou jaarlijks ruim elf miljard euro extra opleveren voor projecten zoals nieuwe kerncentrales, spoorverbindingen en energie-infrastructuur. Zulke investeringen zijn volgens de auteurs niet alleen kosten, maar ook productieve bezittingen die economische groei, energiezekerheid en nieuwe bedrijvigheid mogelijk maken.

De centrale boodschap is dat Nederland opnieuw moet leren kiezen, bouwen en risico’s nemen. Een democratie behoudt haar legitimiteit niet alleen door goed te luisteren, maar vooral door problemen zichtbaar op te lossen. De auteurs roepen daarom op tot een overheid die minder verlamd raakt door procedures en weer groots durft te denken, zoals bij de Zuiderzeewerken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen legt Job Knoester zaak voor: ‘De oud-gevangenisbewaarder van Henk Kuipers…’