Onvoldoende bewijs van corruptie bij echtgenote Spaanse premier Sánchez
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie (OM) wil het strafrechtelijk onderzoek naar Begoña Gómez, de echtgenote van de Spaanse premier Pedro Sánchez, stopzetten omdat er volgens het parket onvoldoende aanwijzingen voor corruptie zijn. Gómez, 55, werd vorige week door onderzoeksrechter Juan Carlos Peinado formeel in beschuldiging gesteld voor vier feiten — onder meer corruptie, misbruik van invloed, misbruik van vennootschapsmiddelen en merkinbreuk — maar zij ontkent alle aantijgingen.
Het onderzoek liep twee jaar geleden aan na klachten van de extreemrechtse partij Vox en rechtsgeoriënteerde belangengroepen, die in stukken gevangenisstraffen tot 24 jaar eisten. De zaak is politiek beladen; steunpilaren van Sánchez spreken van een poging van rechts om hem via zijn familie te raken.
Het OM vraagt tegelijk sepot voor twee medeverdachten, La Moncloa-adviseur Cristina Álvarez en ondernemer Juan Carlos Barrabés. Tegelijkertijd gaat het parket in beroep tegen de onderzoeksrechter die weigerde de zaak te beëindigen en zoekt het via een tweede beroep te voorkomen dat de procedure naar een juryproces gaat. De rechter moet nu beslissen; mocht het proces doorgaan, zal de aanklager tijdens de zitting vrijspraak vragen.