Onverschrokken verdedigt de Oekraïense luitenant en journalist Andrii Kobaliya zijn land. Hij weet: ooit zullen de wapens zwijgen
In dit artikel:
De Oekraïense journalist en soldaat Andrii Kobaliya beschrijft hoe hij in zijn vijfde oorlogsjaar werkt aan de verdediging van Charkiv en later Odesa, samen met collega’s die Russische drones proberen neer te halen. In Charkiv ziet hij hoe verkenningsdrones vaak voorafgaan aan raketaanvallen op de energie-infrastructuur van de stad. Ondanks de inzet van onderscheppingsvliegtuigen, luchtafweer en machinegeweren lukt het niet altijd om een aanval op tijd te stoppen: zelfs een neergeschoten drone kan al genoeg informatie hebben doorgegeven voor een volgende raketinslag. Kobaliya schetst tegelijk de moeilijke samenwerking tussen verschillende Oekraïense eenheden, die door hun sterke decentralisatie creatief maar ook chaotisch kan verlopen.
Na een nachtelijke aanval trekt hij door het donker terug naar zijn appartement en ziet hoe snel de stroomvoorziening weer wordt hersteld. De volgende dag wandelt hij door Charkiv, dat ondanks schade en voortdurende dreiging overeind blijft, maar langzaam leegbloedt. Hij werkt inmiddels ook in Odesa, waar de oorlog minder zichtbaar is dan aan het front, maar wel voelbaar blijft door nachtelijke droneaanvallen, mobilisatie en de uitputting van bewoners. Vanuit een appartement aan zee, een bar en een commandopost laat hij zien hoe Oekraïners in oorlogstijd proberen een normaal leven vast te houden. De kern van zijn verhaal is volharding: de stad moet blijven leven, en veel soldaten vechten juist om gewone dagen mogelijk te houden.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop