Onvermoeibaar duiken, glijden en dansen drie performers in de stugge klei

maandag, 18 mei 2026 (16:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Op een parkeerplaats bij een tuincentrum in Utrecht is in een grote witte koepeltent een theatrale installatie te zien rond een ronde bak met tien ton klei en vijfhonderd liter water. Het publiek wordt in blauwe capes geleid en zit op een kobaltblauwe tribune rond het middelpunt; een roterende lamp (lichtontwerp Julian Maiwald) schetst steeds nieuwe schaduwen over het oppervlak.

In de klei treden drie performers op: Sjaid Foncé, Goda Žukauskaitė en later ook Niels van Heijningen. Foncé duikt telkens gericht in het taaie materiaal, Žukauskaitė vindt een modderig waterpoeltje en rolt daarin, terwijl Van Heijningen deels uit de massa oprijst. Onder begeleiding van een live compositie van Gemma Luz Bosch, uitgevoerd door slagwerkgroep HIIIT, ontvouwt zich een fysiek, zwaar bewegingsonderzoek: de drie worstelen, slepen en kneden elkaar en het materiaal, gebruiken de klei als gewicht en masker, en voeren een ritmisch, bijna ritueel samenspel op waarin zweet dampend zichtbaar is.

De klei reageert terughoudend — het geeft iets mee maar gedraagt zich vooral onverschillig — waardoor de performers telkens opnieuw hun kracht moeten inzetten. De voorstelling onderzoekt zo de grens tussen mens en materie, macht en toegeven, en roept vragen op over hoe andere, brozere lichamen op hetzelfde materiaal zouden reageren: zou kwetsbaarheid het materiaal anders laten toegeven, of juist ondoordringbaar maken? Het werk balanceert tussen fysiek geweld en poëtische ingetogenheid en leeft van de tastbare spanning tussen performende lichamen en een weerbarstig element.