Ontslagen, toch €39.235 bruto mee

zaterdag, 12 september 2026 (11:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een werknemer die sinds december 1999 bij een bedrijf werkte, werd op 3 februari 2026 op staande voet ontslagen nadat hij niet op zijn werk verscheen. Hij had zich ziek gemeld, maar had eerder een afspraak met de bedrijfsarts gemist en ondanks waarschuwingen geen nieuwe medische beoordeling gevraagd. De werkgever vond dat hij opnieuw afspraken en re-integratieverplichtingen negeerde. Ook had de werknemer niet op het werk kunnen verschijnen om te bespreken welk aangepast werk mogelijk was.

De rechtbank Rotterdam liet het ontslag in stand. Volgens de rechter was sprake van een langer patroon en mocht de werknemer niet op eigen gezag wegblijven zonder zijn medische bezwaren tijdig te laten beoordelen. Een UWV-deskundigenoordeel dat maanden later volgde, stelde wel vast dat hij op de ontslagdatum niet volledig geschikt was voor zijn eigen werk. Daardoor kon zijn beroep op gezondheidsproblemen niet volledig worden verworpen.

De rechter maakte daarom onderscheid tussen een dringende reden voor ontslag en ernstig verwijtbaar handelen, dat nodig is om de transitievergoeding te verliezen. Het ontslag was geldig, maar de werknemer had niet zó ernstig verwijtbaar gehandeld dat hij die vergoeding moest missen. Het bedrijf moet hem daarom €39.235,25 bruto betalen, plus wettelijke rente vanaf 3 maart 2026. Hij krijgt geen billijke vergoeding en zijn dienstverband wordt niet hersteld.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie