Ontslagen Britse ambassadeur biedt geen excuses aan voor vriendschap met Epstein
In dit artikel:
Peter Mandelson, de vorig jaar ontslagen Britse ambassadeur in Washington, biedt in zijn eerste uitgebreide interview sinds zijn vertrek geen excuus aan voor zijn persoonlijke vriendschap met de inmiddels overleden zedendelinquent Jeffrey Epstein. Wel verontschuldigt hij zich richting de slachtoffers voor wat hij omschrijft als een falend systeem dat hun niet de bescherming gaf die zij mochten verwachten.
Mandelson zegt dat hij Epstein een "boosaardig monster" noemt, maar weigert zich te verontschuldigen voor de relatie tenzij vaststaat dat hij op de hoogte was van of medeplichtig aan het misbruik. Volgens hem hadden Epstein en diens advocaat hem destijds overtuigd van Epsteins onschuld. Ook stelt hij dat zijn seksuele geaardheid hem nooit in de kringen van seksueel misbruik betrok.
De directe aanleiding voor zijn ontslag waren publicaties over e-mails uit 2008 waarin Mandelson Epstein aanraadde te proberen vervroegde vrijlating te verkrijgen. Die e-mails kwamen vorig jaar naar buiten en leidden tot hevige kritiek; Epstein was rond die tijd veroordeeld tot anderhalf jaar cel voor het uitlokken van betaalde seks met een minderjarige.
Mandelson zegt verrast te zijn door het opdduiken van de e-mails en beweert zich niet te kunnen herinneren ze te hebben verzonden. Hij stelt dat de regering op de hoogte was van zijn contacten met Epstein voordat hij naar Washington werd gestuurd, en dat de betreffende berichten niet op zijn server voorkomen.
Over zijn ontslag zegt hij begrip te hebben voor premier Keir Starmer, die volgens Mandelson destijds onder grote politieke druk stond. Hij had Starmer graag persoonlijk willen uitleggen hoe de vriendschap was ontstaan en waarom hij die berichten had verstuurd, maar zegt intussen geen plannen te hebben de zaak verder aan te kaarten.
De kern van het interview is dus tweeledig: Mandelson veroordeelt Epstein en erkent tekortkomingen van het systeem jegens slachtoffers, maar houdt vol dat er geen bewijs is dat hij betrokken was bij of op de hoogte was van Epsteins misdaden. Zijn verklaring zal de discussie over de politieke omgang met Epstein en over verantwoording van bestuurders in zulke affaires waarschijnlijk niet snel doen verstommen.