Onthullingen uit nestkasten

vrijdag, 3 april 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

In 2025 reageerden broedvogels in Nederland en Vlaanderen opvallend op een warme, droge lente, zo blijkt uit het zeventiende jaarverslag van NESTKAST — een netwerk van vrijwilligers, ringers en onderzoekers (o.a. NIOO-KNAW, Vogeltrekstation, Sovon). Uit ruim 16.000 nestkasten en 11.647 geregistreerde legsels tekent zich een gedetailleerd beeld van timing, succes en grenzen van aanpassing.

Vroege lente, vroege eileg
Standvogels als koolmees en pimpelmees begonnen veel vroeger met eieren leggen dan in de jaren tachtig: de gemiddelde eerste eileg van de koolmees viel rond 10 april, die van de pimpelmees rond 6 april — een verschuiving van meer dan twee weken. Deze vervroeging hangt samen met warmere temperaturen en het daaruit voortvloeiende eerdere verschijnen van rupsen, het belangrijkste voedsel voor jongen. Veel mezen bleken echter nét iets te vroeg te beginnen; ze compenseerden dat door het daadwerkelijke broeden gemiddeld een halve dag uit te stellen, een kleine aanpassing die illustreert hoe precies hun broedstrategie op voedselbeschikbaarheid moet aansluiten.

Verschil tussen standvogels en trekvogels
Voor veel standvogels verliep het seizoen ondanks die subtiele fouten goed: hoog nestsucces en veel uitgevlogen jongen werden gemeld. Tegelijk nam de legselgrootte licht af (bij koolmezen onder het langjarig gemiddelde), mogelijk een signaal van stress door slechtere voedselkwaliteit of blootstelling aan schadelijke stoffen zoals pesticiden. Trekvogels — bijvoorbeeld de bonte vliegenvanger — profiteerden minder: zij arriveerden dit jaar vaak ná de voedselpiek, waardoor hun nestsucces merkbaar daalde. Dit verschil benadrukt hoe klimaatverandering verschillende soorten ongelijk treft.

Opvallende vondsten
Enkele bijzondere waarnemingen maakten het jaar extra interessant. In Woold legde een zeldzaam hybride koppel roodstaarten eieren voor een nestcam; zes hybride jongen vlogen begin juni uit. In Drenthe slaagde een nieuw nestkastenproject voor de zeldzame draaihals nadat 2024 mislukte: onderzoekers vonden jongen in eieren, ringden ze na veertien dagen en noteerden uiteindelijk acht uitgevlogen juvenielen.

Cijfers en betekenis
NESTKAST rapporteert over 2025 een sterk deelnemersnetwerk en lange-termijndata: over zeventien seizoenen zijn gegevens van 255.650 nestkasten en 211.105 legsels verzameld, met een bezetting van circa 82,6% en ruim een miljoen uitgevlogen jongen. Die dataset onderstreept de waarde van burgerwetenschap voor het herkennen van klimaatgerelateerde effecten en het monitoren van kwetsbare soorten.