Ontdek de vogeltrek
In dit artikel:
Nederland ligt op de Oost-Atlantische trekroute, waardoor miljoenen vogels er elk voorjaar en najaar passeren. De najaarstrek is het omvangrijkst: van juli tot november vliegen vogels vanuit hun broedgebieden naar het zuiden, met een piek in september en vooral oktober. Veel vogels trekken ’s nachts of op grote hoogte, maar op verschillende plekken in Nederland is de trek goed zichtbaar, vooral bij gunstige wind en helder weer.
De spectaculairste trekker is de kraanvogel. Van half oktober tot december trekken deze vogels luid roepend in V-formaties over Limburg en Oost-Nederland. Vooral bij oostenwind is de kans groot dat ze daar te zien zijn. Ook roofvogels maken gebruik van de najaarstrek. Op zonnige dagen met weinig wind zweven sperwers, kiekendieven, buizerds en soms visarenden, wouwen en wespendieven op thermiek boven open terreinen, zoals heidevelden. Op een goede dag kunnen tientallen of zelfs meer dan honderd roofvogels overvliegen.
Niet alle trekvogels verlaten Nederland. Honderdduizenden ganzen en eenden komen hier juist overwinteren. De kolgans, afkomstig uit Rusland en Noord-Scandinavië, is met ongeveer 800.000 tot 900.000 exemplaren een van de opvallendste wintergasten. De soort is vooral te vinden in Noord- en West-Nederland en in het rivierengebied. Ook koperwieken, kramsvogels, kepen en sijzen blijven in de winter in ons land.
Wie niet omhoog kijkt, kan de trek eveneens ontdekken. Witte en gele kwikstaarten en graspiepers vormen in het najaar groepen, terwijl ze buiten de trektijd meestal alleen of in paren leven. Langs droogvallende plassen zijn vanaf juli tot en met september veel steltlopers te vinden, zoals oeverlopers, witgatjes en groenpootruiters. Met wat geluk verschijnen ook zwarte ruiters, kemphanen of bonte strandlopers.
Sommige soorten trekken massaal naar Nederland als er in het hoge noorden te weinig voedsel is. Vooral kepen en kruisbekken kunnen dan invasies veroorzaken. Ook pestvogels zijn geliefde, maar steeds zeldzamere invasiegasten. In uitzonderlijke jaren kunnen zelfs algemene soorten, zoals pimpelmezen, in grote aantallen opduiken.
Op zonnige septemberdagen zijn ooievaars vaak in groepen van tientallen tot meer dan honderd te zien. Ze winnen hoogte door rondjes te draaien in opstijgende warme lucht en vliegen daarna in lange lijnen verder. Ongeveer 10 tot 15 procent van de Nederlandse ooievaars blijft overigens hier overwinteren. Elders kunnen onverwachte dwaalgasten verschijnen: een houtsnip in een stadstuin, of een zeldzame soort als een hop of bladkoning.
Ook korteafstandstrekkers zorgen voor grote groepen. Spreeuwen, veldleeuweriken en soms kieviten trekken richting België, Noord-Frankrijk of Zuid-Engeland, waarbij kieviten de oprukkende vorst volgen. In Oost-Nederland kunnen vanaf half oktober bovendien enorme aantallen houtduiven overvliegen. Bij lichte tot matige oostenwind trekken soms honderdduizenden Scandinavische duiven per dag richting Frankrijk en Spanje.
De kust is tijdens de najaarstrek vrijwel altijd interessant. Langs duinen en waterlijn zijn onder meer zwaluwen, kwikstaarten, vinken, lijsters en tapuiten te zien. Bij krachtige noordwestenwind worden zeevogels dichter naar land geblazen, waaronder sterns, jagers, stormvogels, duikers, zee-eenden en jan-van-genten. Voor die soorten is een telescoop vaak nodig. Zo biedt de vogeltrek zowel ervaren vogelaars als beginners volop kansen, van plassen en weilanden tot duinen, heidevelden en de oostelijke grensregio.
Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!