Ontbossing neemt wereldwijd af, maar nog niet hard genoeg
In dit artikel:
Het World Resources Institute (WRI) meldt dat de wereldwijde ontbossing in het afgelopen jaar met 36% is gedaald, naar 4,3 miljoen hectare — ongeveer even groot als Nederland — vergeleken met 2024, toen bosbranden recordverlies veroorzaakten. De daling wordt vooral toegeschreven aan strengere kapregels in verschillende landen; Brazilië rapporteerde een afname van 41% en ook Indonesië en Maleisië zagen relatief minder bos verdwijnen.
Toch blijft de omvang historisch hoog: in vergelijking met tien jaar terug is het bosverlies bijna 46% groter, wat neerkomt op ongeveer elf voetbalvelden per minuut die nog steeds verloren gaan. Het internationale doel dat in 2021 door meer dan 140 landen werd gesteld om ontbossing tegen 2030 te stoppen, lijkt daardoor onhaalbaar — het huidige niveau ligt naar schatting grofweg 70% boven wat nodig zou zijn om dat tijdig te bereiken.
Landbouw is de belangrijkste oorzaak van het verlies; afgelopen jaar werd voor agrarische expansie een gebied ter grootte van het Verenigd Koninkrijk gekapt, met mijnbouw als tweede drijvende factor. Bovendien waarschuwen de onderzoekers dat klimaatverandering het risico op bosbranden vergroot door drogere en warmere omstandigheden, en dat landen als Canada recent de grootste oppervlakten aan bos aan branden hebben verloren.
Kortom: beleidsmaatregelen hebben op korte termijn effect gehad, maar de structurele druk van landbouw, mijnbouw en een droger klimaat maakt dat veel steviger en snellere acties nodig zijn om het 2030-doel alsnog haalbaar te maken.