Ons eten leunt op fossiele energie, dus werkt oorlog door op ons bord | opinie

woensdag, 29 april 2026 (06:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Ankie van Wersch (ceo van Future Up) waarschuwt dat de oorlog in Iran ook in Nederlandse supermarkten voelbaar wordt: geopolitieke schokken verhogen eerst energieprijzen en daarna—via duurdere grondstoffen en hogere productiekosten—ook de voedselprijzen. Net als bij eerdere crises (de Russische inval in Oekraïne, verstoringen door de Houthi’s in de Rode Zee) toont dit conflict hoe kwetsbaar onze toeleveringsketens zijn en hoe sterk landbouw en voedselproductie leunen op fossiele energie.

De directe gevolgen verschijnen nu vooral bij de pomp en in de energierekening, maar Van Wersch voorziet een tweede, bredere golf: stijgende voedingskosten doordat kunstmest duurder wordt en transport en teelt zwaarder belast raken. Kunstmestproductie vergt veel aardgas (chemische processen zoals Haber‑Bosch gebruiken gas voor waterstofproductie), waardoor verstoringen in gasleveranties of scheepvaartroutes snel doorwerken in de landbouwkostprijs. De Straat van Hormuz speelt daarbij een sleutelrol voor de aanvoer van kunstmest, graan en oliehoudende zaden.

Volgens Van Wersch is symptoombestrijding—subsidies, accijnsverlagingen, tijdelijke steun of uitkoopregelingen—onvoldoende en vaak contraproductief. Boeren worden te veel met micromanagement geconfronteerd (zoals de stoppersregelingen) en te weinig beloond wanneer zij willen omschakelen naar minder intensieve of natuurgebonden systemen. De rest van de keten – verwerkers, supermarkten, financiële instellingen – formuleert wel duurzaamheidsdoelen, maar concrete prikkels en zekerheid (afzet, prijs) ontbreken; de goedkoopste optie blijft de voorkeur houden.

Omschakeling naar systemen die minder afhankelijk zijn van kunstmest en fossiele energie maakt bedrijven resilienter, verlaagt externe kwetsbaarheid en versterkt strategische onafhankelijkheid. Maar die transitie kost tijd en geld en brengt onzekerheden voor ondernemers. Daarom pleit Van Wersch voor een herverdeling van risico’s: overheid en grote afnemers moeten actief meebetalen aan de omschakelfase via garanties, langetermijncontracten, gezamenlijke investeringen en eerlijke prijsmechanismen. Ze noemt een lopende pilot waarin een supermarkt oogstverliezen bij boeren compenseert wanneer zij minder pesticiden gebruiken—een voorbeeld van hoe marktpartijen risico kunnen dragen.

Op de lange termijn is een ander verdienmodel nodig dat duurzaam produceren beloont en fossiele afhankelijkheid structureel vermindert. Zonder zulke structurele verandering blijven we telkens reageren op de volgende crisis in plaats van voorbereid te zijn. Van Wersch roept daarom op tot duidelijke standaarden, gerichte prikkels en samenwerking tussen overheid, banken, producenten en retailers om de voedselketen toekomstbestendig te maken.