Onrust over asielmigratie bouwt zich al 20 jaar op, zegt migratieadviseur Richard van Zwol: 'Voorzieningen die vanzelfsprekend waren, brokkelen af'

maandag, 1 juni 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Richard van Zwol, voorzitter van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 en mede-auteur van het 2024-rapport Gematigde groei, zegt dat de huidige onrust rond asielzaken geen plotselinge crisis is maar het resultaat van twee decennia opgebouwde spanning. De directe aanleiding — rellen bij Ter Apel, oproepen van burgemeesters om landelijke handhaving en protesten tegen noodopvang — weerspiegelt volgens hem een combinatie van toenemende instroom en geblokkeerde doorstroom: wekelijks komen ongeveer duizend asielzoekers binnen, veel uitgeprocedeerden vertrekken niet, en vergunninghouders vinden geen woning. Op jaarbasis lijken de cijfers nog behapbaar, maar over twintig jaar stapelt zich een “prop” op.

Van Zwol plaatst het asielvraagstuk niet los van bredere maatschappelijke achteruitgang. Voor veel Nederlanders, vooral met lage en middeninkomens, zijn basisvoorzieningen als betaalbare huisvesting, een huisarts of goede scholen moeilijker geworden. Die sluipende verslechtering maakt mensen gevoeliger voor migratiestress: zij zien enerzijds eigen tekorten en anderzijds een groeiende instroom, wat onvrede voedt. Hij wijst ook op bestaande ongelijkheden — bijvoorbeeld verschillen in gezonde levensjaren tussen wijken — als versterkende factor.

Belangrijke knelpunten volgens Van Zwol:
- Fragmentatie van de uitvoerende keten: veel instanties met uiteenlopende verantwoordelijkheden en eigen bazen, waardoor gebrek aan regie en veel overleg maar weinig eenduidige sturing.
- Structureel vastzittende doorstroom door landen van herkomst die niet meewerken aan terugkeer; hier ziet hij mogelijkheden om via afspraken wél stappen te zetten.
- Het risico van symptoombestrijding: politici grijpen naar wetten en geld, maar regelgeving lost de achterliggende tekorten in de zorg, onderwijs en huisvesting niet op.

Oplossingen die hij benadrukt: meer praktische regie op uitvoering, prioriteiten durven stellen in beleid, en het daadwerkelijk inzetten van het aanstaande Europese migratiepact om terugkeer en externe opvangmogelijkheden te realiseren. Hij vraagt ook om minder verkokering in media en politiek: problemen rond zorg, huisvesting en migratie hangen in de levensrealiteit van burgers samen en moeten als zodanig worden benaderd.

Van Zwol erkent dat ambtenaren en ministeries achter de schermen hard werken en dat demografie inmiddels meeweegt bij beleidsvorming. Zijn waarschuwing is echter duidelijk: zonder fundamentele verbetering van basisvoorzieningen en duidelijke bestuurlijke keuzes blijft de druk bestaan, en zullen nieuwe regels vooral symptoombestrijding blijven in plaats van duurzame oplossingen.