Onmachtig tegen Poetins terreur staakte Nina Litvinova (1945 - 2026) haar strijd én leven
In dit artikel:
Op 12 mei werd bij een flat aan de prestigieuze Froenze-kade in Moskou, vlakbij het ministerie van Defensie, het levenloze lichaam van de 80-jarige Russische dissidente Nina Litvinova gevonden; volgens een afscheidsbrief — deels openbaar gemaakt door haar halfzus Masja Slonim — pleegde zij zelfmoord omdat ze het geweld van zowel binnenlands als buitenlands beleid onder president Poetin niet langer kon verdragen. Litvinova schreef dat ze sprakeloos en machteloos stond tegenover de oorlog in Oekraïne en de massale opsluitingen van mensen die, net als zij, tegen de oorlog waren.
Litvinova behoorde tot de laatste generatie van de sovjet-dissidente intelligentsia: hoogopgeleide, liberaal ingestelde burgers die vanaf de jaren zestig actief waren tegen repressie. Als jonge vrouw was ze betrokken bij samizdat, typte en verspreidde verboden teksten en werkte mee aan het ondergrondse bulletin Kroniek van lopende gebeurtenissen, dat informatie verzamelde over politieke processen en steun gaf aan vervolgden. In het dagelijks leven was ze een oceanisch onderzoeker, gespecialiseerd in diepzeebewonende stekelhuidigen.
Haar achtergrond is beladen: ze stamde uit een familie waar de naam van haar grootvader, voormalig minister van buitenl. zaken Maksim Litvinov, nog steeds indruk maakte. Die familienaam kon de autoriteiten ertoe aanzetten om voorzichtiger te werk te gaan, maar bood geen absolute bescherming: bedreigingen, werkrepresailles en waarschuwende gesprekken door de KGB waren gangbaar.
De auteur plaatst Litvinova’s dood in een bredere context van een sterk toegenomen politieke repressie sinds 2012, die volgens de schrijver de ergste jaren van de late Sovjetperiode overstijgt. Voorvallen als de veroordeling van theatermakers op basis van vage wetten en cijfers van OVD-Info — ongeveer 4.750 lopende strafzaken onder politieke bepalingen en ruim 2.700 mensen in detentie — illustreren volgens het stuk waarom Litvinova het gevoel van hopeloosheid kreeg. De tekst wijst er ook op dat extreme protesten jongere generaties treffen: vorig jaar stak Aleksandr Okoenev zich in Kaliningrad in brand uit protest tegen de oorlog; hij was 37.