Ongedierte toenemend probleem voor vluchtelingenkampen in Gaza
In dit artikel:
In de Gazastrook klagen ontheemden in tentenkampen over massale plaagdieren zoals ratten en wezels, en een sterke toename van parasitaire infecties en huidaandoeningen. Volgens hulporganisaties en een recente enquête van de BBC wordt op ongeveer 80 procent van de ongeveer 1,45 miljoen bewoners tellende vluchtelingenlocaties regelmatig ongedierte gezien; veel mensen melden dat ze ’s nachts door ratten worden gebeten. De WHO noemt dit een direct gevolg van de ineenstorting van de leefomstandigheden: onbehandeld rioolwater stroomt door kampterreinen en afval hoopt zich op, waardoor ziekteverspreiding wordt aangemoedigd.
VN-organisaties bestrijden plaagdieren maar roepen op tot structurele oplossingen. Cogat, het Israëlische coördinatiebureau voor hulp naar Gaza, meldt toestemming te hebben gegeven voor bijna 1.000 rattenvallen en de aanvoer van circa 10 ton pesticiden. WHO en UNICEF benadrukken echter dat sanitaire voorzieningen, vuilnisophaal en rioolreparaties dringend moeten verbeteren om het probleem bij de bron aan te pakken. De WHO meldt dit jaar al 111.500 gevallen van door parasieten veroorzaakte ziekten; naar schatting heeft zo’n 80 procent van de huishoudens last van huiduitslag of verwante aandoeningen.
De watervoorziening blijft beperkt: vier waterleidingen leveren samen ongeveer 70.000 m3 per dag — grofweg 30 liter per persoon — vergeleken met maximaal 300.000 m3 vóór de oorlog. Het Rode Kruis breidt het veldhospitaal uit en voegt apparatuur toe, onder meer voor verloskundige zorg. Tegelijkertijd hebben hulporganisaties nieuwe Israëlische kaarten gekregen met een ‘oranje zone’ voorbij de bekende ‘gele lijn’, een gebied dat volgens Israël voor hulpcoördinatie bedoeld is maar dat bij bewoners en hulpverleners zorgen wekt over extra beperkingen; tussen die lijnen zijn al meerdere Palestijnse hulpverleners gedood.