Onenigheid en véél personeelswisselingen: de voorbereiding van de parlementaire enquête naar het coronabeleid verliep maar moeizaam
In dit artikel:
Al voordat de openlijke verhoren van start gaan, is de parlementaire enquêtecommissie Corona al flink van samenstelling veranderd: in de afgelopen twee jaar hebben negen (oud-)Kamerleden tijdelijk in de commissie gezeten en zijn inmiddels vertrokken. De commissie telt nu nog vijf actieve leden. Vanaf vrijdag start zij met het onder ede horen van 47 getuigen, drie dagen per week; de verhoren lopen tot en met 10 september met een zomeronderbreking. Onderzoeksthema’s zijn onder meer de sluiting van scholen, het coronatoegangsbewijs en de rol van de Tweede Kamer. Met een geplande duur van 32 maanden is dit het langstdurende parlementaire onderzoek sinds de naoorlogse enquête naar het regeringsbeleid.
De weg naar deze fase was turbulent: eind 2021 stemde de Kamer nog unaniem voor een enquête, maar in de uitwerking ontstonden ruzies over reikwijdte, themakeuze en de angst voor politieke afrekening. Controverses rond commissieleden die zich publiekelijk uitlieten over corona (zoals Pepijn van Houwelingen en Wybren van Haga) en het opstappen van voormalig voorzitter Khadija Arib na anonieme klachten over haar gedrag, vergrootten de onrust.
Pas in mei 2023 kwam een aangepast onderzoeksvoorstel; slechts vier fracties meldden zich toen aan voor deelname en het wachten op het derde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid leidde tot uitstel. In februari 2024 begon de definitieve commissie, maar personele wisselingen bleven de overhand voeren. Enkele wisselingen en redenen: Claudia van Zanten (BBB) vertrok na fractieveranderingen, Rosanne Hertzberger (NSC) stapte uit na Kamerwissel, Van Houwelingen nam verlof vanwege zijn vaderschap, Sander van Waveren trad toe, en Gideon van Meijeren (FVD) trad kort toe en vertrok later omdat hij vond dat hij niet de gewenste vragen mocht stellen of volledige dossiers mocht inzien — iets wat de voorzitter ontkent. De Rijksverkiezingen van oktober leidden ertoe dat vier commissieleden niet werden herkozen; Daan de Kort (VVD) bleef nipt over. Daarna werden nieuwe leden benoemd; een van hen, Henk-Jan Oosterhuis (D66), verliet de commissie na twee maanden vanwege een andere portefeuille maar werd meteen vervangen, wat voorlopig een einde bracht aan de stoelendans.
Deskundigen waarschuwen dat die wisselingen het functioneren van de commissie schaden. Hoogleraar Ronald Kroeze en emeritus-hoogleraar Bert van den Braak benadrukken dat parlementaire enquêtes juist gebaat zijn bij onderlinge eenheid: commissieleden moeten hun partijkleur afleggen, elkaar vertrouwen en gezamenlijk achter conclusies staan. Nieuwe leden missen bovendien vaak de besloten voorgesprekken met getuigen en moeten zich snel inwerken. Daar staat tegenover dat de ambtelijke ondersteuning stabiel bleef; de vorige samenstelling heeft in zomer en verkiezingsperiode 87 besloten voorgesprekken afgerond en een overgangsdossier opgesteld, en oude leden hebben nieuwe collega’s ingelicht. Bovendien kunnen getuigen opnieuw worden opgeroepen of kan nieuw bewijsmateriaal leiden tot aanvullende verhoren.
De aard van het onderwerp — een sterk gepolariseerde periode met bedreigingen van betrokkenen, veel emotie en maatschappelijke spanningen — maakt het extra belangrijk dat de enquête niet verzandt in partijpolitieke afrekeningen maar zich richt op lessen en mogelijke verbeteringen. Voorzitter De Kort heeft herhaaldelijk gezegd dat commissieleden hun partijpet moeten afzetten en dat de enquête ook kan bijdragen aan collectieve verwerking van de crisis. Desondanks waarschuwen experts dat de verleiding tot politisering groot blijft, gezien de maatschappelijke verdeeldheid rond het coronabeleid.