Onderzoeker: 'Fatbikes zijn de zondebokken van het verkeersdebat'
In dit artikel:
Vanaf maandag 11 mei geldt er een verbod op fatbikes in het Amsterdamse Vondelpark. Clara Glachant, onderzoeker beeldvorming en micromobiliteit aan de Universiteit Maastricht, ziet de maatregel niet alleen als een veiligheidsingreep maar vooral als een stap die het imago van fatbikes en hun gebruikers verder kan stigmatiseren en ongelijkheid in mobiliteit kan versterken.
Glachant wijst erop dat het verbod niet uit de lucht komt — gemeenten zoals Enschede gingen al voor — en past in een bredere discussie over hoe nieuwe lichte elektrische voertuigen in steden moeten worden ingepast. Tegelijkertijd is het trekken van duidelijke grenzen tussen fatbikes en andere e-bikes problematisch: technische criteria zoals bandbreedte zijn door fabrikanten te omzeilen, en de beschikbare gegevens zijn beperkt. Hoewel ziekenhuiscijfers tonen dat het aantal spoedopnames na fatbikeongevallen stijgt, blijven absolute aantallen voor gewone e-bikes hoger; er ontbreekt echter betrouwbare informatie over hoeveel mensen welk type voertuig gebruiken, waardoor relatieve risico’s onduidelijk blijven.
Beeldvorming speelt volgens Glachant een belangrijke rol in de andersbehandeling van fatbikes. In publieke en mediafora worden fatbikes vaker geassocieerd met onverantwoord gedrag en worden gebruikers ten onrechte gegeneraliseerd op basis van leeftijd, geslacht of herkomst. Dergelijke culturele representaties beïnvloeden niet alleen hoe voertuigen worden beoordeeld, maar ook welk beleid er wordt gemaakt en wie toegang heeft tot de openbare ruimte. Als fatbikes bijvoorbeeld met bepaalde etnische groepen worden geassocieerd, kan een verbod die groepen disproportioneel treffen — al ontbreekt concreet bewijs daarvoor en is voorzichtigheid geboden bij zulke assumpties.
Glachant bekritiseert ook de inconsistentie in aanpak: als gewicht en snelheid de problemen zijn, waarom zijn elektrische bakfietsen (veel zwaarder) dan wel toegestaan? In plaats van een verbod in het park pleit zij voor gerichtere maatregelen: trainingen voor jongeren, bewustwordingscampagnes voor ouders, strengere handhaving van illegale snelheidsaanpassingen en technische controles. Ze benadrukt dat beleid niet los gezien kan worden van bredere stadsmaatregelen, zoals het verminderen van autoverkeer en het herleiden van snel fietsverkeer naar rijbanen met duidelijke snelheidslimieten.
Wethouder Melanie van der Horst noemt het woord ‘stigmatisering’ zwaar, en zegt dat de maatregel is gericht op veiligheid van jongeren uit alle stadsdelen. Glachant erkent die veiligheidszorgen — bijvoorbeeld rond onervaren rijders en illegaal gemodificeerde fietsen — maar waarschuwt dat een verbod in het park mogelijk meer symbolisch dan effectief is en dat andere gemeenten het precedent kunnen volgen, wat tot een bredere uitsluiting van bepaalde vormen van betaalbare elektrische mobiliteit kan leiden.
Kortom: Glachant pleit voor datagedreven, oplossingsgerichte en niet-stigmatiserende beleidskeuzes die zowel verkeersveiligheid verbeteren als ongelijkheid in mobiliteit beperken.