Onderzoek: ouderen die 'vergeten' spiertjes in de voet trainen zijn minder bang om te vallen

woensdag, 11 maart 2026 (12:02) - Het Parool

In dit artikel:

Valpartijen zijn bij ouderen de belangrijkste oorzaak van ernstig letsel; jaarlijks valt ongeveer een derde van de 65-plussers en bij een kwart van die valpartijen ontstaat lichamelijk letsel. Bewegingswetenschapper Lydia Willemse (Fontys, gepromoveerd aan KU Leuven en Tilburg University) onderzocht of de kleine, intrinsieke voetspieren — lang onderbelicht in onderzoek — bijdragen aan valpreventie en of gerichte oefeningen zoals op de tenen lopen effect hebben.

Willemse startte het onderzoek vanuit de praktijk van podotherapie en de maatschappelijke noodzaak: door vergrijzing neemt het probleem van vallen en de gevolgen daarvan toe. Naast lichamelijk letsel leiden valangst en teruggetrokken bewegingen ertoe dat ouderen minder actief blijven, met negatieve gezondheids‑ en zorgcapaciteitseffecten tot gevolg. Ook heeft een groot deel van ouderen (vanaf 75 jaar) meerdere chronische aandoeningen, waardoor valrisico's groter zijn.

In het onderzoek werden senioren ingezet die al deelnamen aan beweegprogramma’s maar extra balansproblemen, valangst, eerdere valpartijen of beperkingen in lopen hadden. Deelnemers hielden een bewegingsdagboek bij. De helft kreeg twaalf weken lang aanvullende, specifieke training gericht op de intrinsieke voetspieren (oefeningen zoals tenen in de grond duwen, op tenen staan of balanceeroefeningen); de controlegroep kreeg die extra training niet. Willemse mat effecten op balans en loopsnelheid (belangrijke voorspellers van valrisico) en observeerde spierveranderingen in het bewegingslab.

Belangrijkste uitkomsten: de specifieke training leidde tot vergroting van de kleine voetspieren en een duidelijke vermindering van valangst en een toegenomen zelfvertrouwen bij deelnemers. Veel deelnemers merkten zelf na enkele weken verbetering en bleven de oefeningen buiten de sessies oefenen. Objectief werden echter geen verbeteringen gevonden in loopsnelheid of gemeten balans binnen de onderzochte periode. Of de interventie op langere termijn daadwerkelijk tot minder valincidenten leidt, blijft onduidelijk; daarvoor zijn grotere, langdurigere studies (bijv. 12 maanden follow‑up) nodig.

Willemse concludeert dat het opnemen van gerichte voetspieroefeningen in bestaande beweegprogramma’s zinvol lijkt, vooral vanwege de positieve psychologische effecten die mogelijk tot meer beweging en indirecte gezondheidswinst leiden. Als aanvullende context: bredere beweegprogramma’s die dagelijkse bewegingen en balans trainen kunnen volgens eerder onderzoek het aantal valpartijen met ongeveer 24% verminderen.