Onderzoek: het brein van moeders verandert na eerste en tweede zwangerschap
In dit artikel:
Onderzoekers van het Pregnancy Brain Lab van Amsterdam UMC, onder leiding van Elseline Hoekzema, bevestigen dat zwangerschap blijvende veranderingen in het vrouwenbrein teweegbrengt — en tonen nu aan dat ook een tweede zwangerschap opnieuw sporen nalaat, maar op een andere manier dan de eerste. Eerder werk van hetzelfde team legde vooral veranderingen bloot in het zogenaamde rust- of dagdroomnetwerk (vergelijkbaar met het default-mode network). Dat netwerk speelt een sleutelrol bij emotieregulatie, sociale waarneming en het inlevingsvermogen, en de omvang van de structurele aanpassingen hing samen met hoe sterk moeders zich emotioneel verbonden voelden met hun baby.
Vrouwen bij wie de hersenveranderingen minder uitgesproken waren, rapporteerden vaker mentale klachten rond zwangerschap en na de bevalling — variërend van somberheid tot afstandelijkheid, boosheid of moeite met hechting. Dat suggereert een verband tussen neurobiologische aanpassing en de psychische beleving van het moederschap.
Het nieuwe onderzoek, gericht op vrouwen die voor een tweede keer zwanger zijn, laat zien dat het brein zich opnieuw aanpast, maar nu meer in de richting van fijnmazige veranderingen. Vooral gebieden voor aandacht en prikkelverwerking veranderen: netwerken die helpen om prikkels te filteren, aandacht vast te houden en snel te reageren op meerdere kinderen tegelijkertijd worden versterkt. Ook veranderingen in witte stof (de verbindingen tussen hersengebieden) kwamen voor; sommige daarvan waren alleen bij de tweede zwangerschap zichtbaar. Volgens de onderzoekers weerspiegelt dit de flexibiliteit van het brein en de functionele aanpassing aan de eisen van opvoeding van meerdere kinderen.
Vaders ondervinden ook hersenveranderingen, maar die ontstaan doorgaans na de geboorte via intensief contact met het kind. De onderzoekers benadrukken dat zwangerschap een ingrijpende, neurobiologisch zichtbare levensfase is die vergelijkbaar is met puberteit en waarschuwen dat meer kennis kan bijdragen aan begrip en betere zorg rondom zwangerschap en kraamtijd.