Onder de poëtische rust van 'L'engloutie' kolken de emoties

woensdag, 15 april 2026 (07:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

L’engloutie is de eerste speelfilm van regisseur Louise Hémon en speelt zich af in 1899 in een afgelegen bergdorp in de Frans‑Italiaanse Alpen. De film volgt de jonge onderwijzeres Aimée Lazare, die vanuit het dal kennis en verlichting brengt maar steeds botst met de verstarde, bijgelovige gebruiken van de dorpsgemeenschap. Waar zij kaarten uittrekt en praat over landen als Algerije en Californië, houden de bewoners vast aan rituelen: kinderen mogen bijvoorbeeld niet gewassen worden omdat een korst van modder hun hersenen zou beschermen, doden worden ’s winters op daken gelegd en lawines leveren ongewilde ‘cadeaus’ in de vorm van ingevroren dieren.

Hémon bouwt haar verhaal rondom kleine, indringende beelden — Lazare die door Descartes’ anatomische prenten opgewonden raakt, een kip die op haar borst wordt gelegd als genezingsritueel, een ijspegel die een intiem doel dient — en laat zo de spanningen tussen wetenschap en traditie voelbaar worden. Twee mannen uit het dorp, Enoch en Pépin, concurreren om haar aandacht; hun relaties met Lazare verankeren het drama in menselijke verlangens en jaloezieën. Wat aanvankelijk als een psychologisch portret begint, ontwikkelt zich geleidelijk tot een beklemmende thriller waarin het landschap zelf een meedogenloze kracht blijkt: bergen en sneeuw verschaffen niet alleen achtergrond, maar verzwelgen letterlijk en figuurlijk mensen en dromen.

De regie kiest voor tonen en details boven explicatie; stilte en sfeer vertellen veel. L’engloutie voelt als een film uit een eerder filmtijdperk maar blijft overtuigen door zijn beeldkracht en thematische scherpte: een studie van modernisering tegen het verzet van diepgewortelde overtuigingen en van de manier waarop een gemeenschap haar eigen lot — en dat van indringers — bepaalt. (Verschenen 15 april 2026.)