Onder de Noorderspeeltuin lagen de lijkkisten tot wel zeven hoog opgestapeld

zaterdag, 4 april 2026 (14:48) - Het Parool

In dit artikel:

Het terrein van de Noorderspeeltuin in de Amsterdamse Jordaan was ooit het kloosterhof van het Karthuizerklooster Sint Andries ter Zaliger Haven, dat in 1394 werd gesticht. De Karthuizerorde zelf gaat terug op 1094 en combineerde kluizenaarsbestaan met strikte afzondering; rijke Amsterdammers en zelfs hertog Albert van Beieren ondersteunden de stichting. Om die rust te bewaken liet men een bouwvrije zone van honderd roeden (ongeveer 268 meter) rondom het klooster gelden.

Tijdens de alteratie van 1578, toen Amsterdam van katholiek naar protestants overging, werden de kloostergebouwen geplunderd en door de Geuzen in brand gestoken. In 1602 nam het stadsbestuur het voormalige kloosterterrein in gebruik als begraafplaats. Na 1655 stopte men in Amsterdam grotendeels met begraven bij kerken (behalve bij de Zuiderkerk), waardoor het Karthuizerkerkhof overbelast raakte; bij opgravingen in 2001 werden graven aangetroffen met meerdere, soms zevendikke, opgestapelde kisten.

Bij de aanleg van de Noorderspeeltuin in 1911 kwamen menselijke resten weer aan de oppervlakte; kinderen in de buurt speelden destijds met de botten. De begraafplaats kende ook ruwe praktijken: in 1677 werd Abraham Vredericksen als zogenaamde “doode-beroover” publiekelijk gestraft en verbannen nadat hij een dodenwade had gestolen. Tijdens zijn verhoor vertelde hij dat oude graven werden geruimd, kisten kapotgeslagen en waardevolle spullen weggehaald; de overgebleven beenderen werden versneden tot wat hij aanduidde als een soort ‘hutspot’ en in verzamelkisten herbegraven.

De geschiedenis van het Noorderspeeltuin-terrein illustreert zo de transformatie van sacrale ruimte naar stedelijk erfgoed: van een streng afgesloten kloostertuin via een overvol voormalig kerkhof tot een stedelijk speelveld waarin fragmenten van die lange, vaak rauwe geschiedenis nog zichtbaar en archeologisch vindbaar zijn.