Ondanks staakt-het-vuren veegt Israël nog steeds hele dorpen in Zuid-Libanon van de kaart
In dit artikel:
VRT NWS heeft aan de hand van satellietbeelden, dronebeelden en socialemediavergelijkingen vastgesteld dat het Israëlische leger grote delen van Zuid-Libanon systematisch met de grond legt, ook nadat er formeel een staakt‑het‑vuren van kracht was. Duidelijke voorbeelden zijn Bint Jbeil — ooit een levendig dorp rond een 400 jaar oude moskee — en meerdere andere dorpen waar op beelden van eind maart versus begin mei 2026 nauwelijks nog bebouwing overblijft. Israëlisch gedeeld dronebeeldmateriaal toont vergelijkbare verwoestingen.
Werkwijze en middelen
- De Israëlische strijdkrachten gebruiken luchtaanvallen, artillerie, drone‑aanvallen, gecontroleerde explosies en bulldozers om gebouwen en cruciale infrastructuur (zoals zonnepanelen, ziekenhuizen en watervoorzieningen) af te breken.
- Volgens berichtgeving in Haaretz schakelt het leger onderaannemers in; sommige arbeidskrachten zouden ook in Gaza hebben gewerkt en volgens die krant soms per vernietigd gebouw betaald worden.
- Israël zegt te handelen volgens het oorlogsrecht en spreekt van militaire noodzaak wanneer burgerinfrastructuur wordt gesloopt; onafhankelijk verifieerbaar bewijs dat Hezbollah overal militaire infrastructuur inburgergebieden verstopte werd niet door VRT NWS gevonden.
Geografisch en politiek kader
- Officieel geldt sinds november 2024 een staakt‑het‑vuren tussen Israël en Hezbollah, maar UNIFIL rapporteerde in 2025 duizenden schendingen door het Israëlische leger; Israël beschuldigde Hezbollah van honderden schendingen. De spanningen escaleerden opnieuw begin maart na een Israëlisch‑Amerikaanse aanval op Iran en daaropvolgende Hezbollah‑raketaanvallen.
- Op 16 april kwam er een tijdelijke wapenstilstand, maar kort daarna publiceerde Israël een kaart met een “Gele Lijn” — een bufferzone die 5 tot 10 kilometer in Libanees grondgebied zou reiken. Die lijn is gemodelleerd naar de Israëlische aanpak in de Gazastrook, waar grote delen van de infrastructuur verwoest zijn. Rond de Gele Lijn liggen ongeveer 80 dorpen (circa 6% van Libanon), en naar schatting kunnen van de bijna 600.000 mensen die in maart verdreven werden niet terugkeren; wie dat wel probeert, wordt volgens Israël als legitiem doelwit beschouwd.
Patroon van verwoesting
- VRT NWS en andere media legden hetzelfde patroon vast: eerst evacuatiewaarschuwingen via sociale media en flyers, soms maar uren voor de aanvallen; daarna luchtaanvallen en grondoperaties met bulldozers. In tientallen dorpen in Zuid‑Libanon zijn zo hele wijken en dorpscentra van de kaart geveegd.
- Voorbeelden: Khiam (strategisch gelegen en zwaar beschadigd), Mais Al‑Jabal (plotseling vernield terwijl inwoners net begonnen waren te herbouwen), Qantara (explosies op 28 april die op seismologische apparatuur zichtbaar waren; Israël bevestigde gebruik van meer dan 450 ton explosieven tegen tunnels), Taybeh, Nabatiyeh en vele anderen. Ook religieuze en culturele gebouwen zijn getroffen, zoals de moskeeën in Bint Jbeil en Jibchit.
Effecten op hulpverlening en burgerbevolking
- Hulpverleners lopen grote risico’s: op 12 mei werden twee Libanese civiele beschermingsmedewerkers gedood tijdens een reddingsactie; volgens ACLED zijn sinds 2 maart meer dan honderd reddingswerkers gedood bij Israëlische aanvallen. Het Rode Kruis meldt dat het in risicogebieden standaard twee ambulances inzet om bij incidenten hulp te kunnen blijven verlenen.
- Volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid zijn sinds de start van de gevechten meer dan 3.100 mensen omgekomen en ruim 9.600 gewond geraakt; de aantallen blijven stijgen.
Witwas van waarschuwingen en aanvallen boven de Gele Lijn
- Onderzoek van media zoals L'Orient‑Le Jour toont grote discrepanties tussen evacuatieorders en daadwerkelijke aanvallen: tussen 1 maart en 17 april werden ongeveer 150 evacuatieorders geregistreerd tegenover naar schatting 3.500 aanvallen. VRT NWS vond evacuatieberichten voor circa 200 dorpen sinds 16 april, waarvan zo’n 120 boven de Gele Lijn liggen. Geolocatie van socialemediabeelden bevestigt dat aanvallen ook dieper Libanon ingaan dan de afgebakende bufferzone.
Juridsche en humanitaire implicaties
- Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat het opzettelijk en grootschalig vernietigen van burgerinfrastructuur zonder militaire noodzaak een oorlogsmisdaad kan zijn. Ondanks een verlenging van het staakt‑het‑vuren op 15 mei met 45 dagen, blijft de situatie fragiel en gaan vernielingen door.
Slotbeeld
- De door VRT NWS geanalyseerde beelden tonen geen incidentele schade, maar een systematisch patroon van verwoesting dat sterk doet denken aan het Israëlische “vernietigingsmodel” in Gaza. De combinatie van luchtaanvallen, grootschalige sloopoperaties en het uitvaardigen van vluchtbevelen leidt tot massale ontheemding en maakt terugkeer voor veel bewoners voorlopig onmogelijk.