Ondanks oorlogen en geopolitieke onrust staat klimaat toch vaak hoog op de agenda
In dit artikel:
De grootste en opkomende economieën (de G20) hebben vrijwel allemaal klimaatdoelstellingen, en een opvallende groep van acht landen zegt ambitieuzer te handelen dan strikt nodig zou zijn om via een rechte lijn in 2050 netto nul te bereiken. Dat laat zien dat het klimaatbeleid niet beperkt blijft tot de EU: ook Australië, Brazilië, Japan en recent India scherpten hun plannen aan, en van China wordt verwacht dat de uitstoot spoedig begint te dalen — al is dat nog onvoldoende om tijdig netto nul te halen. Geen enkel G20-plan is in lijn met wat nodig is om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 °C.
Netto nul betekent dat de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen op een niveau komt waar die wordt gecompenseerd door opname uit de atmosfeer, bijvoorbeeld door vergroening. De belangrijkste route daarvoor is het versneld inzetten van hernieuwbare energie. De G20 is cruciaal: deze landen zijn verantwoordelijk voor zo’n driekwart van de mondiale uitstoot.
De recente klimaatgesprekken in Bonn dienen als voorbereiding op de VN-klimaattop die later dit jaar in Turkije plaatsvindt. Eerder, in aanloop naar de klimaattop in Brazilië, had slechts een derde van de landen een actueel plan ingediend, wat het VN Emissions Gap Report destijds als reden gaf voor risico’s op een ernstige escalatie van klimaat‑schade. Rondom die top en daarna leverden veel landen alsnog bijgewerkte plannen aan; volgens Michel den Elzen van het Planbureau voor de Leefomgeving staat het internationale proces nog steeds niet stil. Inmiddels heeft ongeveer twee derde van alle landen een nieuwe doelstelling ingediend; binnen de G20 ontbreken alleen Argentinië en de Verenigde Staten wat net‑zero-ambities betreft. De VS én Iran zijn op dit moment de grootste uitstoters zonder netto nul-doelstelling, iets wat volgens experts een belangrijke zwakte blijft — mede door het terugdraaien van beleid onder voormalig president Trump.
Op de technologische kant maakt zonne-energie een spectaculaire opmars: zonnepanelen zijn inmiddels de goedkoopste vorm van elektriciteitsopwekking en vormden recent de grootste jaarlijkse toename ooit in stroomproductie (een stijging van circa 620 TWh in het genoemde jaar). Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat hernieuwbare bronnen en kernenergie samen rond 2030 ongeveer de helft van de wereldwijde elektriciteitsproductie kunnen verzorgen. Ook batterijopslag groeit snel door dalende prijzen en speelt een steeds grotere rol in het balanceren van netten en het afvlakken van piekbelastingen. Dankzij deze ontwikkeling bleef de CO2-uitstoot van elektriciteitsopwekking het afgelopen jaar redelijk stabiel, na eerdere stijgingen.
Samengevat: veel vooruitgang en technologische vervanging zijn zichtbaar, maar de huidige plannen van de grootste economieën volstaan nog niet om de 1,5 °C-doelstelling te halen. De komende maanden en de COP in Turkije worden daarom cruciaal om te zien of landen hun ambities verder aanscherpen.