Ondanks 'irritaties en frustraties' bij grensgemeenten gaat Duitsland door met controles
In dit artikel:
De grenscontroles tussen Nederland en Duitsland zitten in een doodlopende impasse: sinds september 2024 staan op enkele grensovergangen weer slagbomen omlaag, met lange files, sluipverkeer, vertragingen voor forenzen, materiële schade, en zelfs één dodelijk ongeluk tot gevolg. Duitsland voert de controles in uit vrees voor een illegale toestroom van asielzoekers, maar levert geen overtuigend bewijs dat daar daadwerkelijk een acute bedreiging van uitgaat.
Lokale overheden aan de Nederlandse kant — met name Montferland en Zevenaar — en het Duitse Emmerik ervaren al anderhalf jaar zware overlast. Zij vroegen in maart bij het Duitse ministerie om verplaatsing van controles landinwaarts, flexibeler inzet, extra rijbanen en camera’s om doorstroming en handhaving te combineren. Berlijn weigerde die verplaatsing te overwegen, en noemt juridische en praktische bezwaren: controles verder van de grens zouden tot meer omzeilgedrag via sluiproutes leiden, zo stelt Duitsland, terwijl gemeenten wijzen dat dat nu ook al gebeurt.
Economische belangen klagen mee: de Duits-Nederlandse Handelskamer en Transport en Logistiek Nederland waarschuwen voor forse kosten voor het goederenverkeer — tienduizenden vrachtwagens passeren dagelijks en wachttijd loopt snel in de kosten. Ook het nationale politieke niveau in Den Haag biedt weinig tegenwicht; premier en ministers hebben de kwestie nauwelijks kunnen doorzetten in overleg met Berlijn. Vooralsnog blijft de Tweede Kamer afwachtend.
Juridisch ontstaat een mogelijke opening: in Duitsland oordeelde een rechtbank in Koblenz onlangs dat grenscontroles het Schengengebied schenden (zaak van strafrechtprofessor Dominik Brodowski), maar de Duitse staat is in hoger beroep gegaan. De drie grensgemeenten hopen dat die procedure duidelijkheid brengt en overwegen zelf juridische stappen, samen met de VNG, als drukmiddel om de controles te laten stoppen of aanpassen.