Ondanks alle ellende van de afgelopen twaalf maanden zijn we er nog steeds, zei mijn beste vriendin
In dit artikel:
Tussen kerst en nieuwjaar, tijdens die liminale laatste week van december waarin de auteur bewust niets nuttigs doet, sluipen oude zorgen onverwacht terug naar boven. Ze maakt een persoonlijke eindjaarsbeschouwing over 2025: het jaar voelt als een kanteljaar waarin het internationale recht faalt, het internet stuk lijkt, machthebbers vrij spel hebben, de idealen van Henriëtte Roland Holst ver weg lijken en de klimaatcrisis blijft knagen.
Net op dat moment belt haar beste vriendin. Vanuit haar telefooncounterpunt relativeert die het pessimisme door te wijzen op één simpele vaststelling: ze bestaan nog, ondanks het afgelopen jaar. Haar optimisme rust op onzekerheden en toevalligheden die het lot in een andere richting kunnen duwen — van onverwachte natuurrampen tot revoluties of geheime operaties die machtsverhoudingen omgooien. De vriendin zegt onder meer: „Wie weet welke toevalligheden in ons voordeel zullen zijn”, en noemt ingrijpende scenario’s als voorbeelden van plotselinge verandering.
De schrijfster voelt zich niet volledig gerustgesteld; het vertrouwen van haar vriendin is te afhankelijk van buitenkrachten en verandert weinig aan individuele machteloosheid. Toch biedt het gesprek een kleine ommekeer: ze herinnert zich een regel van dichter Gabriël Smit over hoop naast zekerheid. Met dat lichte herstel van perspectief hangt ze voorzichtig alvast de kalender voor 2026 op — een gebaar van kleine weerbaarheid in onzeker tijden.