Ombudsman over bijstandsbesparingen: 'Kabinet laat allerzwaksten stikken'
In dit artikel:
Het kabinet wil bij de invoering van de Wet proactieve dienstverlening de algemene bijstand buiten de automatische opsporing en benadering door gemeenten houden om zo jaarlijks ongeveer €30 miljoen te besparen. Die beslissing stuit op felle kritiek van economen, onderzoekers en de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen, die hierover een indringende brief naar minister Aartsen van Werk en Participatie stuurde.
De bijstand is bedoeld voor mensen die te weinig verdienen om rond te komen; naar schatting maakt circa 35 procent van de rechthebbenden (ongeveer 210.000 personen en hun gezinnen) geen gebruik van deze regeling. Studies van onder meer de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Staatscommissie rechtsstaat en door de overheid gefinancierd onderzoek wijzen op oorzaken als een te ingewikkeld systeem, angst voor terugvorderingen en onwetendheid over het bestaan van rechten, ook bij mensen met (laag)betaald werk.
De Wet proactieve dienstverlening zou het probleem kunnen aanpakken door landelijke en gemeentelijke gegevensuitwisseling mogelijk te maken, zodat gemeenten mensen in armoede actief kunnen wijzen op aanspraken (bijvoorbeeld bijstand, AOW-aanvullingen of arbeidsongeschiktheid). Het kabinet wil deze proactieve aanpak echter niet toepassen op de algemene bijstand; andere regelingen blijven wel onder de wet vallen. De wet staat gepland om 1 juli in te gaan en de Tweede Kamer stemt er binnenkort over.
Critici waarschuwen dat het schrappen van proactieve opsporing voor bijstand uiteindelijk duurder uitpakt: niet-gebruik leidt tot geldstress, gezondheidsproblemen, ziekteverzuim, productiviteitsverlies en problematische schulden. Een onderzoek naar schulden becijferde maatschappelijke kosten van minstens €8,5 miljard per jaar. Onderzoekers en de ombudsman noemen het moreel problematisch en wijzen erop dat juist de financieel meest kwetsbaren hierdoor verder in de problemen kunnen raken.