Om vast te houden aan zijn importheffingen moet Trump zich in steeds gekkere juridische bochten wringen
In dit artikel:
De regering-Trump heeft opnieuw een juridische omweg gevonden om importheffingen op grote handelspartners te handhaven, nadat eerdere tarieven onder druk van de rechter afliepen. Volgens Amerikaanse media grijpt het Witte Huis nu naar een clausule uit de Trade Act die tarieven mogelijk maakt tegen landen die volgens Washington te weinig doen tegen import van producten die met dwangarbeid zijn gemaakt. Daarmee komen zeker zestig landen, waaronder de EU, Japan, het VK, Zuid-Korea en Singapore, in beeld. De nieuwe heffingen gaan vrijwel direct in en liggen rond de 10 procent, of 12,5 procent voor landen die in de Amerikaanse lezing helemaal geen anti-dwangarbeidbeleid hebben.
De stap volgt op eerdere juridische tegenslagen voor Trumps handelsbeleid. Het Hooggerechtshof maakte in februari grotendeels een einde aan zijn heffingen op basis van economische noodwetten, en een eerdere set zogenoemde sectie-122-heffingen liep inmiddels af. Toch zoekt de regering telkens een nieuwe wettelijke basis om de tarieven voort te zetten. Experts betwijfelen of deze nieuwe constructie standhoudt bij de rechter en wijzen erop dat de argumentatie over dwangarbeid waarschijnlijk vooral een voorwendsel is om het handelsbeleid overeind te houden. Sommige landen reageerden verontwaardigd en noemden de heffingen ongegrond. Volgens Amerikaanse media werkt de regering-Trump intussen al aan verdere tarieven, onder meer tegen de EU en Canada.
De Oranjezomer: Hélène Hendriks gewoon welkom op Tilburgse Kermis: 'Dat was natuurlijk een grapje!'