Om hun autoritaire leiders in het zadel te kunnen houden, ontvoeren Kenia, Tanzania en Oeganda elkaars activisten
In dit artikel:
In Oost-Afrika is een nieuw, grensoverschrijdend patroon van repressie en ontvoeringen ontstaan: activisten worden gegijzeld, soms over de grens gesmokkeld, en verkiezingen verlopen onder een wolk van intimidatie en geweld. De drie buurlanden Kenia, Oeganda en Tanzania gebruiken volgens mensenrechtenorganisaties vergelijkbare middelen — geheime ontvoeringen, marteling, massale arresten, internetblokkades en dwingende rechtspraak — om oppositie en jongere protestbewegingen het zwijgen op te leggen.
Wie: prominente activisten en oppositieleiders staan centraal. In Kenia zijn Bob Njagi, Aslam Longton en Nicholas Oyoo (de ‘Kitengela three’) slachtoffer geweest van ontvoeringen nadat ze hielpen bij Gen Z-demonstraties tegen een omstreden belastingwet. De Keniaanse fotograaf en presidentskandidaat Boniface Mwangi en de Oegandese activist Agather Atuhaire werden in Tanzania ontvoerd en mishandeld. In Oeganda zijn Bobi Wine (Robert Kyagulanyi) en zijn NUP-aanhangers het mikpunt van harde onderdrukking; ex-politicus Kizza Besigye werd in Nairobi ontvoerd en in Oeganda berecht. Aan de macht staan respectievelijk William Ruto (Kenia), Yoweri Museveni (Oeganda) en Samia Suluhu Hassan (Tanzania).
Wat en wanneer: de golf van ontvoeringen en geweld speelt vooral sinds midden 2024. Njagi werd op 19 augustus 2024 in Kenia ontvoerd en zat weken vast; na publieke druk werden de ‘Kitengela three’ weer vrijgelaten. Op 1 oktober 2024 werden Njagi en Oyoo opnieuw opgepakt — ditmaal door Oegandese militairen — en na 38 dagen overgedragen aan Kenia. Eind november 2024 werd Besigye in Nairobi gegrepen en over de grens gevoerd naar Oeganda. In Tanzania leidde de presidentsverkiezing van 29 oktober (recent) tot een bloedige nasleep: grootschalige protesten werden met het geweer en door afkoppeling van het internet de kop ingedrukt. De presidentsverkiezingen in Oeganda van 15 januari staan voor de deur en worden al als niet vrij en niet eerlijk bestempeld.
Waar: de incidenten concentreren zich in Kenia (Kitengela/Nairobi), Oeganda (Kampala en militaire kazernes zoals Kasenyi) en Tanzania (onder meer Dar es Salaam, Mwanza en Arusha). Vaak vinden ontvoeringen plaats in één land en belanden slachtoffers in een naburig regime, wat wijst op coördinatie of wederzijdse tolerantie tussen de veiligheidsdiensten.
Waarom: volgens activisten en mensenrechtenadvocaten is het doel het onderdrukken van electorale en jeugdige mobilisatie die bestaande machthebbers bedreigt. Bobi Wine bleek in Oeganda bijzonder effectief onder jonge kiezers en maakte het regime ongerust; in Kenia bracht Gen Z massale protesten teweeg die Ruto noopten een controversiële belasting in te trekken maar daarna ook tot een intensieve campagne van intimidatie leidden. Repressieve regimes volgen volgens critici het voorbeeld van Museveni: coöptatie van instituties, straf op tegenstanders en ingrijpen tegen potentiële massabewegingen vóór zij oncontroleerbaar worden.
Methoden en impact: ontvoeringen kenmerken zich door snelle, gewelddadige overvallen — in de matatu of hotelkamers — gevolgd door verhoor, mishandeling en isolement. In sommige gevallen rapporteerden slachtoffers systematische marteling, ook seksueel geweld; Mwangi en Atuhaire spreken van verkrachting met voorwerpen tijdens hun gevangenschap in Tanzania. In Kenia telde de nationale mensenrechtencommissie KNCHR voor 2024 82 ontvoeringen, waarvan velen nog vermist of later vrijgelaten werden; in 2025 daalde het aantal abducties, maar politiegeweld leverde nog steeds tientallen doden op rond demonstraties. Voor Tanzania lopen de schattingen van doden uiteen van honderden tot duizenden; ziekenhuizen en activisten spreken van honderden tot duizenden lichamen, terwijl de regering voorzichtig is met officiële cijfers en beschuldigingen van opzettelijke evidence-clearance ontkent.
Rechtsstaat en internationale reacties: regeringen ontkennen vaak betrokkenheid bij ontvoeringen, of bagatelliseren protesten als geplande vernieling. Tegelijk worden binnenlandse media en justitiële kanalen gemarginaliseerd, en zijn er pogingen om bewijs van misdaden te verbergen (bv. weggenomen lichamen). Activisten en coalities zoals Jumuiya ni Yetu proberen gegevens te verzamelen, rouw- en herdenkingen te organiseren en klachten in te dienen bij internationale instanties: er liggen petities en dossiers bij onder meer het Internationaal Strafhof en het Oost-Afrikaanse Hof van Justitie.
Toekomstperspectief: de situatie wijzigt weinig in het voordeel van oppositiepartijen. Advocaten en activisten verwachten dat gevestigde machthebbers kansen op verlies minimaliseren door intimidatie en bevoogding van instituties; velen achten de herverkiezing van Museveni waarschijnlijk ondanks oppositie-inspanningen. Tegelijk trekken mensenrechtenactivisten en verenigde civiele groepen in de drie landen samen op om de democratische ruimte te verdedigen, wat wijst op groeiende regionale solidariteit ondanks de repressieve golf.
Extra context: de huidige tactieken roepen herinneringen op aan eerdere autoritaire periodes in de regio (zoals Kenia onder Daniel arap Moi). Ook speelt volgens sommigen een bredere internationale context mee: het wegkijken van westerse mogendheden bij ernstige mensenrechtenschendingen elders kan autoritaire leiders het gevoel geven dat zij ook met zware repressie wegkomen.
Kortom: Oost-Afrika ziet een zorgwekkende normalisering van grensoverschrijdende repressie: ontvoeringen, martelingen en verkiezingsmanipulatie worden ingezet om opkomende protestbewegingen en populaire opponenten de wind uit de zeilen te nemen. Tegelijk groeit regionale samenwerking tussen activisten om dit te documenteren en aan te vechten, al blijft de slag om vrije en eerlijke verkiezingen onzeker en gevaarlijk.