OM gaat niets zeggen over waar Roemeense kunstschatten zijn gevonden
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie houdt geheim waar en hoe de gestolen Roemeense kunstschatten waren opgeslagen en op welke manier de gouden helm en twee armbanden zijn teruggehaald. Die informatie maakt deel uit van procesafspraken die het OM heeft gemaakt met twee van de drie verdachten van de inbraak in het Drents Museum in Assen in de nacht van 24 op 25 januari 2025.
Volgens justitie lag het “in de macht van Jan B. en Douglas W.” om de voorwerpen terug te geven; na maandenlange onderhandelingen werden helm en twee armbanden op 1 april overgedragen. Over de precieze inhoud van de afspraken — waaronder de hoogte van de strafeis — geeft het OM pas meer tijdens het requisitoir. Het museum doet geen vordering tot schadevergoeding. Eén gouden armband ontbreekt nog; de zoektocht loopt door.
De derde verdachte, 35‑jarige Bernhard Z., sloot geen deal en legde in de rechtbank een gedeeltelijke bekentenis af. Hij zegt onder meer de auto te hebben geregeld die bij de overval werd gebruikt, valse kentekenplaten te hebben verzorgd en spullen bij Decathlon te hebben gekocht (waarschijnlijk de tas die later in een vuilcontainer werd gevonden met glassplinters en goudstof). Z. ontkent het museum zelf te zijn binnengaan.
Zittingsbeelden toonden hoe drie mannen via een explosie het museum binnendrongen en meerdere vitrines probeerden te breken; uiteindelijk gingen ze ervandoor met de beroemde Dacische helm van Cotofenesti (ongeveer 2.500 jaar oud) en armbanden die in bruikleen waren van een nationaal museum in Boekarest. De stukken vormen Roemeens cultureel erfgoed.