OM eist in hoger beroep 11 jaar cel tegen moeder voor poging moord op dochtertje

dinsdag, 3 februari 2026 (21:31) - Nieuws.nl

In dit artikel:

Een 39-jarige vrouw uit Utrecht staat in hoger beroep nadat het Openbaar Ministerie 11 jaar gevangenisstraf eist voor poging tot moord op haar pasgeboren dochter en voor voorbereiding van moord. De zaak draait om ziekenhuisopnames in het voorjaar van 2020, toen artsen de oorzaak van hartklachten en groeiproblemen bij het baby’tje niet konden vinden totdat bleek dat de door de moeder aangeleverde afgekolfde moedermelk vergiftigd en uitgekleed was.

Laboratoriumonderzoek toonde loperamide aan in de melk — een middel tegen diarree dat niet geschikt is voor zuigelingen en in overmaat hartproblemen kan veroorzaken — en later ook maiszetmeel, een bestanddeel van het medicijn dat normaliter in het lichaam afgebroken wordt en niet via moedermelk zou moeten voorkomen. Het OM ziet deze vondsten als bewijs dat de verdachte de melk bewust heeft verdund en vermengd met medicatie. Omdat er meerdere verpakte samples met verdunde en vergiftigde melk waren aangetroffen, beschouwt het OM dit ook als voorbereiding van moord.

De rechtbank Midden-Nederland heeft de vrouw eerder tot elf jaar gevangenisstraf veroordeeld; de verdachte ging tegen die uitspraak in hoger beroep. De rechtbank sprak haar vrij van zware mishandeling van haar zoontje; het OM zag onvoldoende aanvullend bewijs in hoger beroep en berust in die vrijspraak, waardoor het hoger beroep zich nu uitsluitend richt op de feiten rond de dochter.

Psychiatrische en deskundigenonderzoeken gaven wisselende uitkomsten: eerdere rapporten ontkenden een stoornis, latere deskundigen opperden dat die mogelijk wel bestond maar konden niet vaststellen welke invloed dat op de misdrijven had. Het OM stelt dat er geen basis is om te concluderen dat een eventuele stoornis de toerekeningsvatbaarheid aantastte; de conclusie is dat zij toerekeningsvatbaar handelde.

Tijdens de zitting voerden officieren van justitie aan dat het voortzetten van haar handelen toen het slecht ging met het kind en het gebrek aan inzicht in motieven en eventuele stoornissen maken dat behandeling of preventieve interventies niet mogelijk lijken, wat de vrees voor herhaling vergroot. De zaak wordt in hoger beroep verder behandeld; het bewijs rond de afgekolfde melk en de vraag of de handelingen opzet of voorbereiding van moord waren, staan centraal.