OM eist drie jaar cel tegen Mohamed M. na reeks straatroven in Amsterdam
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie eist drie jaar gevangenisstraf tegen de man die door justitie wordt aangeduid als Mohamed M. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij vijf straatroven op gouden kettingen in Amsterdam, waarvan hijzelf twee heeft erkend. De zaak draait om incidenten in juni (21–28 juni) en een arrestatie op 5 november vorig jaar bij een ABN AMRO-kantoor op de Zuidas.
Bij de aanhouding op 5 november toonde camerabeeld hoe M. samen met een ander, vermoedelijk ook van Noord-Afrikaanse afkomst, betrokken raakte bij een vechtpartij en pepperspray gebruikte. Getuigen verklaarden dat die ander kort daarvoor de ketting van een bankmedewerker had getrokken. M. zegt niet geweten te hebben dat zijn kompaan een diefstal wilde plegen en stelt pepperspray alleen te hebben gebruikt ter zelfverdediging. Zijn vriend kon ontkomen; M. werd overmeesterd en aangehouden.
Onderzoek van de politie bracht vier vergelijkbare kettingroven aan het licht. In één zaak werd M. staande gehouden en gefotografeerd, in andere zaken werd hij herkend op camerabeelden of door slachtofferaangiften. M. bekende bij één van die vier betrokken te zijn geweest; hij zei in Amsterdam “een paar dagen op vakantie” te zijn geweest en verklaarde dat hij op station Sloterdijk voor 50 euro zou hebben geholpen bij een roof.
Een belangrijk twistpunt in de rechtszaak is zijn identiteit en daarmee de vraag of jeugdstrafrecht van toepassing is. Na aanvankelijke weigering zijn vingerafdrukken te geven, werd hij geïdentificeerd als de 20-jarige Mohamed M., met eerdere veroordelingen in Nederland. M. betwist die identiteit: hij zegt een 17-jarige Algerijn te zijn die in Parijs woont en overhandigde een door de familie opgestuurde geboorteakte; hij zou ook in een jeugdteam van Paris Saint-Germain spelen. Zijn advocaat verzocht toepassing van jeugdrecht; de rechtbank doet over twee weken uitspraak.
In de zittingszaal ontstond ophef toen M. een vermeend slachtoffer vroeg of die hem als dader herkende; de rechters blokkeerden beantwoording om vooringenomenheid te voorkomen. Slachtoffers vertelden wel over persoonlijke waarde: een ketting was een familierelikwie, een andere waardevol tot circa €7.000. Het OM wees op een duidelijk patroon: slachtoffers aangesproken bij stations of haltes en met geweld beroofd, soms onder gebruik van pepperspray. De eis van drie jaar houdt rekening met eerdere aanhoudingen van M. als minderjarige.