Om de handelsoorlog van Trump goed te begrijpen, moeten we ver terug in de tijd. 'Hij boekt geen enkele overwinning'

zaterdag, 2 mei 2026 (11:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Richard Baldwin, handelsgeleerde aan de IMD Business School in Lausanne en auteur van World War Trade, ziet sterke paralellen tussen de handelsaanvallen van president Trump en zijn militaire optreden in het Midden-Oosten. Volgens Baldwin volgt Trump een patroon: eerst een kleine, norm-doorbrekende proefschok; lukt dat, dan een veel grotere, publiekssensatie veroorzakende escalatie — en dat alles vaak zonder helder einddoel of plan B. Als voorbeelden noemt hij de invoerheffingen op Canada en Mexico in februari 2025 en de wereldwijde tariefgolf van 2 april 2025 (‘Liberation Day’) in de handelssfeer, en in de militaire sfeer de ontvoering van Nicolás Maduro en de aanval op Iran op 28 februari 2026.

Baldwin benadrukt dat Trump vaak pas in actie komt als hij binnenlands onder druk staat: de heffingen droegen bij aan hogere prijzen en betaalbaarheidsproblemen, net zoals de Midden-Oostenspanning brandstofprijzen en inflatie opjoeg. Een terugkerende tactiek is vaagheid: doelen onduidelijk laten, geen harde handtekeningen zetten, en «spontane» akkoorden tekenen die politieke winst opleveren zonder duurzame verplichtingen. Waar een handelstoegevendheid zich relatief makkelijk kan terugdraaien, waarschuwt Baldwin, is dat bij een militaire interventie veel moeilijker.

Historische wortels van de handelsconflicten liggen volgens hem diep: vanaf de jaren zestig verschoof productie naar lagelonenlanden, in de jaren negentig versnelde dat door ICT en globalisering, wat in westerse regio’s banen en vertrouwen ondermijnde. De financiële crisis van 2007–2008 versterkte het idee dat de middenklasse was uitgeknepen, waarna nationale politici dit sentiment gebruikten om buitenlandse actoren als zondebok te presenteren. Tegelijk veranderde China onder Xi van volgzaam productiehuis naar zelfverzekerder actor: bij tegenwind boostte Beijing export en voerde China ook exportbeperkingen op strategische grondstoffen (onder meer zeldzame aardmetalen), wat de spanningen met de VS aanwakkerde.

De scherpe Amerikaanse tariefstap van april 2025 brak met eerdere bilaterale conflicten: Trump legde invoerheffingen over vrijwel de hele wereld op. De marktreacties dwongen hem tot deels terugtrekken — gepresenteerd als overwinning — waarna veel landen kozen voor ‘inschikken’ en symbolische toezeggingen om hem podiumwinst te geven in plaats van zware vergelding. Alleen China koos aanvankelijk voor een agressiever antwoord, wat leidde tot wederzijdse hoge tarieven en uiteindelijk tot een soort bevroren handelsboycot totdat onderhandelingen tot verzachting leidden.

Als reactie op Trumps willekeur bouwden veel landen “bunkers”: het veiligstellen van toeleveringsketens voor halfgeleiders, medicijnen en andere kritieke goederen, het ontwikkelen van anti-dwanginstrumenten en het intensiveren van regionale handelsakkoorden. Dat leidde tot twee deels overlappende handelsstelsels: één met de EU als middelpunt en één rond Aziatische samenwerkingen zoals het CPTPP onder Japanse invloed. Nieuwe verdragen — denk aan het langverwachte Mercosur-akkoord en akkoorden met India en het VK — illustreren een domino-effect van regionalisering zonder Amerikaanse leiding.

Baldwin concludeert dat hoewel Trumps beleid ontwrichtend en theatraal is, de wereldhandel niet stilvalt: landen blijven liberaliseren en bouwen alternatieve structuren. De VS vormen nog steeds een grote economie, maar zijn niet langer het onmisbare centrum; China evenmin is per se uitgesloten van nieuwe netwerken, omdat het genoeg economische macht heeft om haar eigen voorwaarden op te leggen. Baldwin wijst erop dat zijn expertise handelseconomie is, niet militaire strategie, maar zijn analyse schetst hoe populistische binnenlandse politiek, strategische vaagheid en geopolitieke verschuivingen samen de nieuwe wereldorde in handel en veiligheid vormgeven.