Olympisch en wereldkampioen Piet Kleine (74) uit Hollandscheveld bleef postbode tot aan zijn pensioen: 'De minister heeft me geholpen'

zondag, 4 januari 2026 (13:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Op YouTube circuleren beelden van de massale huldiging die Hollandscheveld en omgeving vijftig jaar geleden organiseerden voor Piet Kleine, de in 1976 24‑jarige schaatsheld uit Drenthe. Het dorp liep volledig uit: majorettes, fanfare, lokale verenigingen en een volksfeest begeleidden de intocht van de kersverse olympisch kampioen, wereldkampioen allround en wereldrecordhouder op de 5 en 10 kilometer. Voor veel inwoners lag het feestgevoel deels in het feit dat Kleine het stokje van Ard Schenk had overgenomen.

Kleine blikt nog altijd met warmte terug op 1976. Dat jaar won hij olympisch goud op de 10.000 meter in Innsbruck (14.50,59), hield zilver over aan de 5.000 meter en verbeterde twee wereldrecords — alles in het era vóór klapschaatsen en moderne materiaalvoordelen. De sneeuwrace in Innsbruck moest regelmatig worden schoongemaakt zodat schaatsers de finish konden zien; de prijsuitreiking vond plaats in een lokaal ijshockeystadion, waar ook kunstschaatsster Dianne de Leeuw voor Nederland medailles behaalde. Kleine noemt 1976 “het beste jaar uit mijn carrière” en herinnert zich ook de strenge veiligheidsmaatregelen: die waren een direct gevolg van de aanslag in München vier jaar eerder.

Na de glorie bleef Kleine een eenvoudig leven leiden. Hij switchte van zijn vak als timmerman naar het postwezen — op aanbeveling van minister Harry van Doorn kreeg hij een baan als postbode — en verbleef 41 jaar in die functie. Hij bleef in Drenthe wonen: een nuchtere levenshouding, buitenwerk en een voorkeur voor kleinschaligheid typeren zijn leven na de topsport. Tegenwoordig woont de 74‑jarige in Kerkenveld, fietst recreatief op de mountainbike en volgt het schaatsen liever rustig vanaf de bank met een glaasje wijn.

Kleine reflecteert ook op zijn sportloopbaan en de jaren erna. Hij had aanvankelijk ook een toekomst in het wielrennen kunnen hebben, maar koos voor schaatsen omdat hij dat destijds eerlijker vond — doping speelde al toen een rol in de wielersport. De periode na 1976 bracht tegenslag en overtraining; op de Spelen van 1980 in Lake Placid was Eric Heiden dominant, maar Kleine veroverde er alsnog zilver op de 10.000 meter.

Over het huidige schaatsen is hij realistisch: specialisatie en commercie zijn veel groter geworden en atleten worden nu professioneler begeleid. Hij geniet van nieuw talent en noemt Jordan Stolz “genot om naar te kijken”, maar twijfelt of hij de 10 kilometer zal winnen. Recent volgde hij het Olympisch Kwalificatietoernooi in Thialf vanaf zijn stoel en roemde hij de onbevangenheid van nieuwkomer Stijn van de Bunt. Hij voelt mee met rijders als Joy Beune die ondanks sterke prestaties teleurstellingen meemaken bij toewijzingen van Olympische startplaatsen.

Kleine sluit af met relativering: hij waardeert de veelheid aan herinneringen — van olympisch goud en wereldtitels tot persoonlijke anekdotes — en vindt het fijn dat het schaatsen zich heeft ontwikkeld, ook al waren de tijden van minder specialisatie hem dierbaar.