Olivia Maurel op symposium draagmoederschap: „Er bestaat geen recht op een kind. Maar kinderen hebben wel rechten"

woensdag, 27 mei 2026 (19:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

„Ik werd niet geboren als dochter, maar als vervulling van een contract,” opende Olivia Maurel woensdag in Nieuwspoort, Den Haag, tijdens een door de NPV georganiseerd symposium over draagmoederschap. Ze sprak als woordvoerder van de Casablanca-verklaring — een initiatief van artsen, juristen en politici dat oproept tot een wereldwijd verbod op draagmoederschap — en klaagde aan dat het perspectief van het kind in het publieke debat vrijwel ontbreekt. Maurel, feminist en atheïst, benadert draagmoederschap vanuit mensenrechten: er bestaat volgens haar geen recht op een kind, wél rechten van het kind die bescherming vereisen. Ze waarschuwde dat er nu al „minstens enkele tientallen” draagmoederkinderen per jaar in Nederland zijn en dat de vraag naar draagmoeders, en daarmee een markt, kan gaan groeien.

In de zaal zaten politici van meerdere partijen (onder anderen JA21, FVD, SGP, ChristenUnie en BBB), prolife-groepen, feministen en leden van de staatscommissie Herijking ouderschap, die in 2016 concludeerde dat draagmoederschap beter geregeld moet worden. Veel aandacht in het debat gaat volgens Maurel uit naar wensouders en hun kinderwens, niet naar mogelijke schade bij kinderen: vroegtijdige scheiding van de moeder kan psychologische gevolgen hebben, betoogde zij, en dat zou niet minder schadelijk worden omdat de scheiding vrijwillig is.

Tegenwicht kwam van draagmoeder Pauline van Berkel (stichting Zwanger Voor Een Ander). Zij beschreef persoonlijke ervaring met twee draagmoederzwangerschappen en benadrukte praktische voordelen van een wettelijk kader: wensouders kunnen vanaf dag één juridische ouders zijn, regelingen als hielprik, paspoort en juiste achternaam worden eenvoudiger en een beperkte vergoeding voor de draagmoeder kan voorkomen dat vrouwen uit puur geldgebrek gaan dragen. Van Berkel maakt onderscheid tussen vergoeding en betaling en vindt dat altruïstisch en commercieel draagmoederschap samengaan kunnen.

De juridische discussie kreeg extra lading door oud-kinderrechter Cees de Groot. Hij stelde dat draagmoederschap in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), omdat het kind volgens dat verdrag recht heeft op verzorging door zijn biologische ouders. De Groot verwacht dat het wetsvoorstel in beide Kamers wordt aangenomen, maar waarschuwde dat een laterere zaak mogelijk bij het Europese Hof kan belanden, dat de werking van de nationale wet kan ontzeggen. Advocaat en staatscommissie-lid Wilma Eusman sprak daar tegen: naar huidig Nederlands recht worden sociale ouders erkend ook zonder biologisch ouderschap, en zij ziet het Europese hof als geen onoverkomelijke bedreiging voor de wet.

Internationaal klonk een harde waarschuwing van Reem Alsalem, VN-rapporteur draagmoederschap: volgens haar komt de meerderheid van draagmoeders uit armoede of conflictgebieden en doen veel vrouwen het om inkomen voor hun gezin te verwerven, vaak zonder volledig begrip van gezondheidsrisico’s. Alsalem pleit voor een internationaal verbod en vergelijkt het fenomeen met andere ernstige mensenrechtenschendingen.

Kort samengevat draait het symposium om botsende belangen en beelden: de wens van ouders, praktische en juridische vragen rond een nieuwe wet in Nederland, en zorgen over uitbuiting en de rechten en het welzijn van het kind. De discussie laat zien dat zowel ethische, juridische als politieke overwegingen zwaar wegen en dat toekomstige wetgeving mogelijk op nationaal en internationaal niveau juridisch zal worden getoetst.