Oliereuzen profiteren fors van illegale Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran
In dit artikel:
De recente oorlog rond Iran en de Iraanse sluiting van de Straat van Hormuz duwt wereldwijd brandstof- en energiekosten omhoog, terwijl grote olie‑ en gasbedrijven uitzonderlijke winsten boeken. Een analyse van Global Witness op basis van Rystad Energy (in opdracht van The Guardian) laat zien dat de honderd grootste producenten in de eerste maand na het uitbreken van het conflict gezamenlijk circa 28 miljoen euro per uur aan extra winst maakten. In maart steeg de olieprijs naar gemiddeld 100 dollar (ongeveer €85) per vat, wat neerkwam op zo’n €21 miljard onverwachte winst in die maand; als de hoge prijs aanhoudt kunnen de extra oorlogswinsten oplopen tot ongeveer €217 miljard tot eind 2026.
Vooral Saudi Aramco, grote Russische spelers zoals Gazprom en westerse majors profiteren sterk: Aramco zou bij voortgaande hoge prijzen in 2026 rond de €24 miljard extra kunnen verdienen; drie grote Russische bedrijven samen ongeveer €22 miljard; ook ExxonMobil en Shell zien miljarden extra winst (Shell circa €6 miljard genoemd). Consumenten betalen via duurdere brandstof en energierekeningen, terwijl veel landen tegelijkertijd accijnzen verlaagden en daarmee staatsinkomsten mislopen. De Europese Commissie meldt dat lidstaten zoals Duitsland, Spanje, Portugal, Italië en Oostenrijk extra heffingen overwegen om huishoudens te compenseren en inflatie te bestrijden. Klimaatorganisaties waarschuwen dat de windfall‑winsten van fossiele bedrijven en hun tegenstand tegen groene maatregelen de kwetsbaarheid van de wereld voor geopolitieke schokken benadrukken.