Olieprijzen stijgen tot boven 100 dollar, ook Europese gasprijs omhoog, beurzen duiken in het rood
In dit artikel:
De olieprijs brak bij de opening van de handel deze ochtend de psychologische grens van 100 dollar per vat: Brent klom tot ongeveer 117 dollar per vat en WTI tot circa 120 dollar, beide stijgingen van ongeveer een kwart tot bijna dertig procent. De Europese groothandelsprijs voor aardgas schoot eveneens omhoog, met een piekstijging van ongeveer 30% (van ~53,39 naar ~68,37 euro per MWh), al zakte die later iets terug.
Aanleiding is de escalatie rond het Israëlisch-Amerikaanse offensief tegen Iran en Iraanse tegenaanvallen in de Golfregio. Iran heeft het scheepvaartverkeer in de Straat van Hormuz vrijwel lamgelegd; die smalle doorgang tussen de Perzische Golf en de Golf van Oman is cruciaal voor energie-exporten. Ongeveer 20% van de wereldwijde olie- en gasstroom — grofweg 20 miljoen vaten per dag — passeert daar, waardoor stillegging directe prijseffecten veroorzaakt.
Naast blokkades verminderen producenten in de Golfstaten hun output. Opslagtanks in Saudi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten raken snel vol, waardoor grote velden mogelijk moeten sluiten als het transport lang onbereikbaar blijft. Diverse installaties liepen ook fysieke schade op bij aanvallen: Qatar moest tijdelijk zijn grote LNG-complex in Ras Laffan stilleggen, in Saudi-Arabië brak brand uit in de raffinaderij van Ras Tanura, en ook Iraanse raffinaderijen werden geraakt — in Teheran leidde dat tot benzinerantsoenen (maximaal 10 liter per tankbeurt).
De marktreactie liet zich breed voelen: Aziatische beurzen openden met forse verliezen (Nikkei eindigde ruim 5% lager; Kospi verloor bijna 6% na een tijdelijke handelsstop door een circuit breaker), en Europese indices begonnen de dag enkele procenten in het rood (Bel20, CAC40, DAX en FTSE100 allemaal omlaag).
Analisten waarschuwen dat het prijsniveau sterk afhangt van de duur en reikwijdte van de blokkade en de schade aan productiecapaciteit. Sommige economen zien het nog als een kortstondige schok — ING hanteert in haar basisscenario een blokkade van circa vier weken, wat een tijdelijke prijsstijging tot rond de 100 dollar per vat verklaart — maar als de Straat van Hormuz langdurig gesloten blijft of als meer installaties onherstelbare schade oploopt, kunnen de gevolgen veel groter en langduriger zijn. De consument merkt de hogere brandstofprijzen meteen bij het tanken; industrieën voelen het later, afhankelijk van contracten en energie-intensiteit.
Politiek levert vooral de Amerikaanse positie extra onzekerheid op: president Trump stelde dat hogere energieprijzen een aanvaardbaar, kortetermijngevolg zijn van het wegnemen van de nucleaire dreiging uit Iran, een uitspraak die markten weinig geruststelde. Kortom: de combinatie van onderbrekt transport, productie- en installatieschade en geopolitieke onzekerheid heeft de energieprijzen en financiële markten in korte tijd sterk verstoord — en de uiteindelijke impact hangt volledig af van hoe snel de doorvoer herstelt en beschadigde capaciteit wordt hersteld.