Olieprijzen stijgen na verdere escalatie in oorlog tussen Iran en de VS
In dit artikel:
De olieprijzen stegen woensdag nadat het geweld tussen Iran en de Verenigde Staten oplaaide. Brent klom 1,1% naar 97,05 dollar per vat, Amerikaanse olie steeg 1,2% naar 94,88 dollar; over de week zijn de koersen zo’n 7% hoger gekomen, onder meer omdat Iran de gesprekken met Washington heeft opgeschort.
In de nacht van dinsdag op woensdag vuurde Iran meerdere ballistische raketten af richting Koeweit en Bahrein, aldus het Amerikaanse leger. Iraanse staatsmedia en de Revolutionaire Garde melden aanvallen op het hoofdkwartier van de Amerikaanse Vijfde Vloot en een Amerikaanse luchtmachtbasis, als vergelding voor een Amerikaanse actie tegen een IRG-communicatietoren op het eiland Qeshm. Daarnaast vuurde de Iraanse marine op een vrachtschip dat zij identificeerde als de Panaya, naar eigen zeggen als antwoord op een eerdere Amerikaanse aanval op een olietanker.
De escalatie voedt zorgen over de doorvoer via de Straat van Hormuz — een cruciale zeestraat voor olie-export — waar blokkades en stilgelegde tankers al maanden de toevoer beperken en installatiebeschadigingen optreden. Die verstoringen drijven wereldwijde energieprijzen op en werken door in de consumentenprijzen: de inflatie in de eurozone bedroeg in mei 3,2%, in Nederland steeg de inflatie van 2,8% (april) naar 3,5% (mei). Ook brandstof is duurder: benzine kost rond 2,53 euro per liter en diesel circa 2,38 euro.
Vandaag Inside: Frenkie de Jong bijt van zich af: 'Heel veel mensen snappen niks van voetbal!'