Oliecrisis in Azië door oorlog Midden-Oosten, 'kan leiden tot recessie'
In dit artikel:
De blokkade van de Straat van Hormuz heeft in Azië veel ernstiger effecten dan de stijgende brandstofprijzen die Nederlanders nu voelen. Kpler-data die de NOS opvroeg laten zien dat sommige landen in de regio nauwelijks strategische oliebuffers meer hebben. Vorige maand lieten IEA-landen een recordhoeveelheid olie uit noodvoorraden vrijkomen; die leveringen gingen vooral naar Azië omdat het fysieke tekort daar direct merkbaar is. Japan overweegt deze week opnieuw reserves vrij te geven, maar veel andere Aziatische landen hebben die ruimte financieel en voorraadsgewijs niet.
Het Internationaal Energieagentschap adviseert om reserves ter grootte van drie maanden aan te houden; Japan heeft veel meer aangehouden vanwege het ontbreken van eigen olie- en gasbronnen en daardoor grotere kwetsbaarheid. Voor armere landen zoals Pakistan, Sri Lanka en Indonesië is er geen vergelijkbare buffer: zij nemen al harde noodmaatregelen omdat ze anders het economische herstel riskeren. In Pakistan zijn transportbeperkingen ingesteld en de snelheidslimiet op snelwegen verlaagd; Sri Lankaanse scholen zijn tijdelijk dicht om energie te besparen; in de Filipijnen werken ambtenaren kortere weken.
De zware klap voor Azië komt doordat rond 80 procent van de door de Straat van Hormuz vervoerde ruwe olie en producten bestemd is voor die regio, en bijna 90 procent van het vloeibare aardgas. Kpler-gegevens tonen dat het scheepvaartverkeer door de zeestraat nog steeds zeer beperkt is. De crisis duurt inmiddels acht weken en kan in kwetsbare economieën leiden tot recessiedruk — een veel ernstiger situatie dan de lokale effecten die Nederland nu ervaart, mede omdat Nederland minder afhankelijk is van via Hormuz getransporteerde olieproducten.