Oliebollen op oudejaarsdag
In dit artikel:
De oliebol kent niet alleen een culinaire geschiedenis (al als recept beschreven in 1652), maar ook een mycologische naamgenoot: de Oliebolzwam (Rhizina undulata). Deze paddenstoel, die vroeger vrij algemeen was, staat nu als bedreigd op de Rode Lijst. Rhizina is een wortelparasiet die vaak verschijnt op plekken waar wortels beschadigd zijn — vooral na branden — maar ook in gewone naaldbossen. Historisch staken bosarbeiders vaak vuurtjes om koffie te zetten en warm te blijven; op die brandplekken kwam de Oliebolzwam telkens massaal op, waardoor in Engeland het stoken van dergelijke koffievuurtjes werd verboden uit angst voor aantasting van hele naaldbossen.
De naam verwijst naar zijn uiterlijk: Rhizina duidt op wortelachtige uitgroeiingen, undulata op het golvende karakter. De soort is te vinden van juni tot januari met een piek in september en komt verspreid voor over het noordelijk halfrond (uitgezonderd Groenland), plus delen van zuidelijk Afrika en Madagaskar.
Opmerkelijk is dat op de Oliebolzwam zelf een klein bekervormig paddenstoeltje leeft: het Oliebolhoutskoolbekertje (Anthracobia rehmii). Deze soort, voor Nederland voor het eerst aangetroffen in 2010, onderscheidt zich van andere houtskoolbekertjes doordat hij niet op verbrande bodem of hout groeit, maar letterlijk op de Oliebolzwam parasiteert of commensaal leeft. Dat maakt de vondst ecologisch interessant: een relatief zeldzame schakel in brand- en bosdynamiek, en een extra reden om het lot van de Oliebolzwam te volgen. Tekst: Ronald Morsink; beeld: Hans Post, Ruud van Middelkoop.