Of Nederland wel of niet een 'blanke etnostaat' moet worden, daarover debatteer je niet

woensdag, 18 februari 2026 (02:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Journalist reflecteert rond de opkomst van een nieuw kabinet en de naderende gemeenteraadsverkiezingen, en gebruikt het interview met Estelle Cruijff — bekend van haar boek Poetsen met Estelle en als familielid van Johan Cruijff — als opstapje naar een breder pleidooi voor morele standvastigheid in de publieke sfeer. Een Engelse cultuurcriticus karakteriseert Cruijff als type: een lid van een beroemde familie dat zich losmaakt en een autonome, moreel betrouwbare beroemdheid doet ontwikkelen. Die ‘morele stabiliteit’ noemt de auteur precies wat Nederland nú nodig heeft.

De noodzaak wordt concreet gemaakt door de verkiezingspraktijk: Forum voor Democratie heeft in meerdere gemeenten kandidaten op de lijst gezet met extreemrechtse opvattingen, waaronder in Amsterdam de oprichter van Erkenbrand, die openlijk pleit voor een ‘blanke etnostaat’. Als reactie roepen partijen zoals VVD, CDA, GroenLinks en PvdA organisatoren van verkiezingsdebatten op FvD niet uit te nodigen om normalisering te voorkomen; JA21 en SP hebben niet ondertekend. De lijsttrekker van JA21 verdedigt boycotafwijzing met het argument dat kwaadaardige ideeën juist in debat bestreden moeten worden.

De auteur keert zich tegen die redenering: sommige standpunten — antisemitisme en racisme die het bestaand rechts- en samenlevingskader ondermijnen — horen niet als ‘legitieme’ opties op een debatagenda. Democratisch gesprek betekent niet dat je alle denkbare ideeën als gelijkwaardig behandelt; racistische complottheorieën zijn geen politieke nuance, maar een aanval op de rechtsorde. Ook kritiek op een recente aflevering van De Ongelofelijke Podcast van de EO wordt aangehaald: filosoof Ad Verbrugge ontving eerder gasten met radicale denkbeelden en liet onbeantwoord antisemitische uitspraken van Diedert de Wagt passeren. De podcastredactie rechtvaardigde het gesprek als uitwisseling buiten de eigen bubbel, maar de columnist vindt dat bij grensoverschrijdende haat je niet moet ‘vragen’ maar moet ingrijpen en veroordelen.

Tot slot wijst de auteur op de escalatie aan de uitersten, met de gewelddadige dood van een radicaal-rechtse activist in Frankrijk als voorbeeld. De oproep is helder: gewone kiezers en politieke partijen — ook die die aarzelen — moeten collectief duidelijk maken dat de rechtsstaat en beschaafdheid niet ter discussie staan. Morele stabiliteit mag geen vaag begrip blijven maar vraagt actieve verwerping van racisme en antisemitisme in het publieke debat.