Oerol op Terschelling is een ritueel, er hangt zingeving in de lucht. Maar ook feest, vrijen, vreemdgaan
In dit artikel:
Oerol op Terschelling blijkt weer vooral een verzameling van rituelen en overgangsmomenten, meer dan alleen muziek en horeca. Terwijl op West-Terschelling in de Tonnenloods deze week een documentaire over vroegere Oerol-edities werd vertoond, levert het festival anno 2026 opnieuw een veelstemmig antwoord op de vraag waar “de ziel van Oerol” vandaag de dag ligt: feest en experiment, locatiegebonden theater en collectieve belevingen die mensen stilzetten en soms veranderen.
Het aanbod varieert van losse straatvoorstellingen en DJ-sets op campings en in cafés (drukte bij Onder de Pannen en De Vijfpoort) tot zorgvuldig vormgegeven producties binnen het officiële programma. Veel bezoekers combineren beide werelden: feesten en verdwalen naast het echt ontroerende werk. Het alternatieve programma staat keurig online, maar de kern van Oerol zit dit jaar vooral in voorstellingen die draaien om afscheid, transitie en rituelen.
Een opvallende publieksfavoriet in wording is De oare kant van Tryater, gemaakt door Romke Gabe Draaijer. In een manege in Hoorn speelt Nynke Heeg een intens portret van de achterblijvende partner die geconfronteerd wordt met het uitkomen van haar geliefde. De voorstelling balanceert taal, zang en fysieke performance (met danser Amin Alifin) en wordt sterk ondersteund door doeken en lichtprojecties op het aanwezige zand. Bij de première doorbrak zelfs een zwaluw het toneelbeeld — een klein Oerol-moment.
Andere producties verkennen vergelijkbare tussentijden op uiteenlopende manieren. Cello Octet Amsterdam speelt Star Map van Katie Moore op het strand bij laag licht: acht cello’s in een cirkel bouwen met lange grondtonen een dromerige, bijna kosmische spanningsboog. George Tobal bewerkt zijn eigen asielverleden in AZC de musical; de voorstelling staat op de parkeerplaats waar vroeger het Terschellinger azc lag en laat de plek als dramatisch geheugen spreken (de première werd vlakweg aangenaam verstoord door een passerende Porsche).
Gezelschap Urland gebruikt ingenieus geluid (Tomas Loos) om met één spreker en zestien luidsprekers werelden op te roepen van darkroom tot ceremonie; Bambie maakt absurdistische, scherpzinnige scènes rond landbouw en exoten die ongemakkelijk aansluiten bij thema’s van migratie en verdringing. Dansduo Ivgi & Greben toont in Not Yet een schemerzone rond het einde van provinciale subsidie — gespeeld tussen 72 plastic kuilbalen, met een collective rondedans als ritueel moment, ondanks een blessure bij een danser.
Tot slot is er bij Silbersee de opera Chronos van Dunja Jocić: vijf figuren uit een vervallen beschaving voeren archetypische rituelen uit rondom een roestende staalconstructie van Douwe Hibma. Zelfs in de wandelingen erna is zorg voor de natuur zichtbaar: kleine beschermde plantjes op het pad herinneren eraan dat Oerol niet alleen over voorstelling en publiek gaat, maar ook over de plek zelf.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen fileert NOS-commentator na goals Messi: 'Ik heb mij zo ontzettend geërgerd!'