Oekraïne vreest voor gevolgen Iranoorlog, Zelensky heeft 'slecht voorgevoel'
In dit artikel:
Volodymyr Zelensky heeft “een heel slecht voorgevoel” over de gevolgen van de Amerikaanse-Israëlische oorlog met Iran voor Oekraïne. Europese leiders delen die vrees: zij zien hoe het Midden-Oostenconflict Rusland onbedoeld bevoordeelt en vrezen dat de focus van de VS en andere bondgenoten wegzapt van de oorlog in Europa.
Tijdens een denktankbijeenkomst in Londen werd voorgesteld om Amerikaanse vragen om Europese militaire steun in de Straat van Hormuz te koppelen aan Amerikaanse goodwill in de Oekraïne-onderhandelingen; de Finse president Alexander Stubb noemde het idee waardevol en wil het verder bespreken. De Britse premier Keir Starmer belooft Oekraïne prioriteit, maar analisten zeggen dat woorden moeilijker zijn dan daden.
Drie factoren maken Oekraïne kwetsbaar nu de aandacht verschuift. Ten eerste liggen vredesgesprekken met Rusland stil omdat de Verenigde Staten veel van hun diplomatieke capaciteit aan de Iranoorlog moeten besteden; Turkije bood nog aan te bemiddelen, maar Moskou zet die gesprekken “op pauze”. Ten tweede speelt tijd in het voordeel van Rusland: in een uitputtingsoorlog heeft het grotere Rusland meer incasseringsvermogen dan het veel kleinere Oekraïne. Ten derde profiteert Rusland economisch: hogere wereldenergieprijzen door verstoringen in de Straat van Hormuz vergroten Russisch-inkomen uit olie en gas.
De VS versoepelde sancties op Russische olie om de markt te stabiliseren, met als direct resultaat dat Aziatische landen deze maand recordhoeveelheden Russische olie importeren. Die extra opbrengsten geven Moskou financiële ruimte; president Poetin heeft zelfs openlijk gesuggereerd het Europese gasaanbod te verminderen, wat Europa moeilijker maar waarschijnlijk niet fataal zou treffen — al maakt het een energiecrisis pijnlijker.
Tegelijkertijd stijgen de uitgaven van Oekraïne. Het land smeekt al maanden om luchtverdediging en interceptoren: veel Patriot-luchtverdedigingsraketten worden nu ingezet tegen Iraanse raketten en drones. Naar schatting zijn er al meer dan duizend Patriots gebruikt in de Iranoorlog — bijna twee keer de jaarlijkse Amerikaanse productie — terwijl Oekraïne juist afhankelijk is van die systemen om steden te beschermen. De prijsverschillen zijn schrijnend: een Patriot kost miljoenen euro’s, waar Iran-drones slechts tienduizenden kosten; Oekraïne gebruikt ook goedkopere jagerdrones, maar kan strategische interceptors niet zelf produceren in benodigde aantallen.
Zelensky stuurde deze week ruim tweehonderd Oekraïense drone-experts naar de Golfstaten (VAE, Qatar, Saoedi-Arabië en Koeweit) om te helpen met luchtverdediging, deels op verzoek van de VS. Of die inzet goodwill oplevert in Washington is onzeker: president Donald Trump zei recent dat Zelensky “de laatste persoon is van wie wij hulp nodig hebben” en bleef onduidelijk over eventuele compensatie.
Kortom: de verplaatsing van politieke en militaire aandacht naar het Midden-Oosten versterkt Rusland economisch en strategisch, vergroot de druk op Oekraïne’s verdediging en bemoeilijkt diplomatieke opties voor een einde van de oorlog in Europa.