Oekraïens parlementslid slaat alarm: 'Zelensky wil me net als 52.000 andere onschuldigen doden of gevangenzetten'
In dit artikel:
Een bericht op X van de Oekraïense ambassadeur in de VS, Olha Stefanishyna, waarin zij stelde dat Oekraïne geen politieke gevangenen kent, heeft voor felle binnen- en buitenlandse reacties gezorgd. Haar uitspraak kwam in de nasleep van zorgen uit de Verenigde Staten — onder meer geuit door congreslid Anna Paulina Luna — over vermeende politieke vervolging en druk op gelovigen van de Oekraïens‑Orthodoxe Kerk. Stefanishyna antwoordde dat veel van wie over politieke gevangenen spreken zelf onderwerp zijn van strafrechtelijke onderzoeken.
Voormalig parlementslid Oleksandr Doebinskyi reageerde het scherpst. Hij noemt zichzelf een politiek gevangene en zegt dat de zaak tegen hem verzonnen is en door president Zelensky persoonlijk aangestuurd. Doebinskyi wordt verdacht van inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 en bestrijdt dat deze aanklachten strafrechtelijk, niet politiek, van aard zijn. Hij verwijst verder naar lopende corruptieonderzoeken naar Stefanishyna door het nationaal anticorruptiebureau (NABU) en door ARMA, met name rond vermeend te hoge betalingen voor vertalingen van Europese wetgeving; één zaak zou al voor de rechter zijn.
De discussie krijgt gewicht door verwijzingen naar internationale mensenrechtendocumenten. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken (rapport 2024) en de VN‑Hoge Commissaris voor de Mensenrechten signaleren zorgen over mogelijk politiek gemotiveerde detenties in Oekraïne, waaronder langdurige hechtenis en schendingen van basisrechten. Doebinskyi benadrukt dat het Openbaar Ministerie sinds begin 2022 meer dan 36.000 strafzaken heeft geopend onder artikelen die nationale veiligheidsdreiging betreffen; inclusief eerdere zaken zou het aantal boven de 52.000 liggen.
Ook parlementslid Artem Dmytroek voegt ernstige beschuldigingen toe: hij zegt persoonlijk gemarteld te zijn in SBU‑detentiecentra en spreekt van pogingen om hem te doden, onderdeel van een uitleveringszaak in het Verenigd Koninkrijk waarbij hij Oekraïne verwijt hem te willen oppakken of elimineren. De controverse plaatst opnieuw de mensenrechtensituatie in Oekraïne—en het gebruik van veiligheidswetgeving tijdens de oorlog—onder internationale aandacht, met mogelijke gevolgen voor de relatie met westerse partners.