Oceaanverdrag van kracht, moet 30 procent van de zee beschermen
In dit artikel:
Het nieuwe VN-verdrag voor de hoge zeeën treedt vandaag in werking en opent de weg om delen van de internationale wateren—ongeveer twee derde van de oceanen buiten nationale jurisdictie—als beschermde mariene reservaten aan te wijzen. Doel is om tegen 2030 dertig procent van de zeeën onder bescherming te brengen; momenteel is dat naar schatting rond de acht procent en grotendeels dicht bij de kust.
Het akkoord legt een internationaal kader vast met bindende regels voor het duurzaam gebruik en behoud van oceaanbiodiversiteit. Directe gevolgen zijn er nog niet in de vorm van extra beschermde zones; het verdrag beschrijft vooral de procedures daarvoor. Wel ontstaan er meteen verplichtingen voor geratificeerde landen, zoals het rapporteren over wetenschappelijke expedities op de hoge zee en de verdeling van hun opbrengsten.
Experts van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) wijzen op de urgentie: oceanen leveren voedsel, nemen veel CO2 op en produceren zuurstof, terwijl bedreigingen als overbevissing, diepzeemijnbouw en klimaatverandering soorten en ecosystemen onder druk zetten. Zonder brede bescherming kunnen cruciale functies wegvallen.
Er moet binnen een jaar een internationale top plaatsvinden waar landen voorstellen doen en over gebieden stemmen; Chileense en West-Afrikaanse initiatieven liggen al in voorbereiding. Grote maritieme mogendheden als China, Brazilië en Japan hebben het verdrag geratificeerd, wat volgens waarnemers belangrijk is, terwijl de Verenigde Staten het nog niet hebben gedaan. Het akkoord wordt gezien als een mijlpaal voor het beheer van biodiversiteit buiten nationale wateren.