Obsidian als denk- en werkomgeving: krijg grip op wat je weet
In dit artikel:
We verdrinken in informatie maar hebben te weinig systemen om er kennis van te maken. Dat is de aanleiding van Verder met Obsidian, het Nederlandstalige vervolg op Martijn Aslanders Starten met Obsidian, nu geschreven samen met Frank Meeuwsen. Waar het eerste boek vooral uitlegt wat Obsidian is en hoe je begint met Markdown-notities en links, richt dit vervolg zich op de stap daarna: hoe zet je een notitieverzameling om in een persoonlijke denk- en werkomgeving die je daadwerkelijk helpt bij denken, werken en besluiten nemen.
Obsidian zelf is een gratis, lokaal werkende app die notities opslaat als gewone Markdown-bestanden op je eigen schijf. Dat voorkomt afhankelijkheid van gesloten clouds en maakt de data meteen toegankelijk voor andere tools, waaronder AI. De echte kracht zit echter in het verbinden van notities: links, tags en overzichten vormen na verloop van tijd een netwerk waarin onverwachte verbanden en nieuwe inzichten ontstaan.
Het boek behandelt concrete organiserenstrategieën en praktische technieken:
- PARA (Tiago Forte): een praktisch mappenmodel met vier categorieën — Projects (actuele taken), Areas (verantwoordelijkheden), Resources (referentie), Archive — dat helpt informatie te rangschikken op basis van wat ermee moet gebeuren.
- Zettelkasten (Niklas Luhmann): één idee per notitie en veel kruisverwijzingen, gericht op lange termijn kennisopbouw; krachtig maar vraagt discipline en geduld.
- Map of Content (Nick Milo): een thema-overzicht (een soort persoonlijke portal) dat links verzamelt naar alle relevante notities over een onderwerp, zodat dezelfde notitie uit meerdere invalshoeken bereikbaar is zonder duplicatie.
Verder met Obsidian benadrukt dat de meeste gebruikers uiteindelijk elementen uit meerdere systemen combineren. Het draait niet om het perfecte model, maar om een systeem dat past bij hoe jij denkt en werkt. Het boek is praktisch opgezet: werkbladen om snel van context te wisselen, tips voor schermindelingen, en instructies voor het gebruik van Obsidian-functies als grafiekweergave, Canvas en Excalidraw voor visuele ordening. Voor wie dashboards en queries wil, komen Dataview en Bases aan bod om slimme zoekopdrachten en dynamische lijsten te bouwen (bijv. alle lopende projecten of mensen die je lange tijd niet sprak).
Een opvallend hoofdstuk bespreekt data‑import: Aslander laat zien hoe hij decennia aan banktransacties en andere datasets in Obsidian stopte om patronen zichtbaar te maken die in reguliere apps niet opvielen. Dat illustreert het kernidee: zodra data in je eigen kennisnetwerk zit, kun je er veel flexibeler en dieper mee werken.
Het boek sluit af met interviews met ervaren gebruikers (onder andere Muhammed Ali Kilic en Marieke van Vliet) die tonen hoe uiteenlopend Obsidian-toepassingen kunnen zijn — van eenvoudig kladblok tot uitgebreid kennissysteem — en toch hetzelfde doel dienen: grip op wat je weet en denkt. Voor professionals in communicatiemarketing en andere kennisintensieve rollen is dat geen luxe maar een voorsprong, omdat terugvinden, combineren en hergebruiken van informatie efficiency en kwaliteit vergroot.
Praktisch advies uit het boek: begin klein — de drempel is mentaal, niet technologisch. Obsidian is gratis, cross-platform en zelfs voorzien van een command line interface voor gevorderden. Als je nog nooit met Obsidian hebt gewerkt is Starten met Obsidian een goede eerste stap; Verder met Obsidian helpt je vervolgens verder met het daadwerkelijk inrichten van je persoonlijke kennissysteem en biedt direct toepasbare technieken en voorbeelden.