Woningmarkt komt in balans: minder huizen verkocht, kopers zijn afwachtender
In dit artikel:
Makelaarsvereniging NVM ziet tekenen dat de woningmarkt in Nederland iets meer in balans raakt: in het eerste kwartaal van 2026 werden ongeveer 34.600 woningen verkocht, ruim een kwart minder dan in het laatste kwartaal van 2025. De gemiddelde verkoopprijs daalde met 2,7 procent naar 485.000 euro, maar ligt nog ongeveer 10.000 euro hoger dan een jaar eerder.
De bijzondere daling in prijs en verkochte aantallen is groter dan het normale seizoenseffect voor het eerste kwartaal. Volgens de NVM speelt mee dat er relatief minder grote en dure huizen zijn verkocht en dat woningen gemiddeld langer te koop staan. Ook nam het aandeel verkochte appartementen toe, waaronder veel zogeheten uitpondwoningen — former huurwoningen die vaak kleiner en goedkoper zijn dan het gemiddelde koophuis.
Internationale onrust, zoals de oorlog in Iran, maakt potentiële kopers voorzichtiger. Dit remt concurrentie op woningen: er zijn minder bezichtigingen en biedingen per object, waardoor kopers meer onderhandelingsruimte krijgen en langer de tijd nemen om besluiten te nemen.
Toch blijft de markt regionaal ongelijk en over het geheel krap. In kustgebieden en het noorden vielen de verkopen terug, terwijl Zuid-Limburg en delen van Drenthe en Overijssel juist meer transacties kenden. In de vier grote steden bleven aantallen redelijk stabiel. Vrijwel alle regio’s tonen nog hogere gemiddelde verkoopprijzen dan een jaar terug, maar regio’s met veel uitpond-aanbod laten de minste prijsstijgingen zien.
Bij nieuwbouw daalden de verkopen ten opzichte van Q1 2025, terwijl het aanbod door nieuwbouwproductie steeg naar het hoogste niveau sinds 2016. Projectvertragingen (bijv. door bezwaarprocedures en netcongestie) en de kans op hoge overbruggingskosten maken kopers terughoudend. De gemiddelde prijs van een nieuwbouwwoning bleef rond 488.000 euro, maar de prijs per vierkante meter steeg: ontwikkelaars bouwen vaker kleinere woningen om bouwkosten te beperken, waardoor betaalbaarheid ten koste kan gaan van woonruimte.