NU+ | Nieuwe babynamen zijn kort, maar traditionele namen houden stand
In dit artikel:
In 2025 waren Noor en Noah de meest gegeven voornamen in Nederland; opvallende nieuwkomers op de lijsten waren Sef (180 geboortes) en Oos (156), terwijl traditionele namen als Jan (258), Kees (109) en zelfs Wim (11) nog steeds voorkomen. De gegevens komen uit de kindernamenlijsten van de Sociale Verzekeringsbank.
Naamkundige Gerrit Bloothooft (Universiteit Utrecht) ziet dat klassieke namen niet verdwijnen maar cyclisch terugkeren: oude namen raken tijdelijk uit de mode maar worden na verloop van tijd weer aantrekkelijk juist omdat ze veel voorkomen. Moderne namen vertonen vaak een snelle opmars: eerst een lichte stijging, daarna een piek — voorbeelden zijn Sef, bekend als zoon van het muziekduo Suzan & Freek, en Oos, ontleend aan een personage uit de serie De Augurkenkoning. De invloed van bekende Nederlanders en media bestaat, maar is beperkt; ouders kiezen meestal omdat ze een naam mooi vinden en vooral worden beïnvloed door hun directe sociale omgeving.
Tendensen in vorm tonen dat korte, directe roepnamen steeds vaker voorkomen; sinds de jaren zestig zijn langere namen afgenomen en de invloed van de kerk op naamgeving vrijwel verdwenen. Elk jaar krijgen jongens en meisjes samen zo’n 11.000 verschillende namen, waarvan ongeveer 8.000 uniek zijn — veel daarvan komen uit buitenlandse culturen, vooral zichtbaar in grote steden met veel nationaliteiten.
Schrijver en taalkundige Wim Daniëls onderzocht historische favorieten en publiceerde boeken over namen als Wim, Jan en Kees; hij merkt dat vernoemen naar familieleden sterk is afgenomen en nu meestal beperkt blijft tot een tweede naam. Regionale verschillen zijn grotendeels gering, al spelen het Fries en Bijbelse tradities in bepaalde provincies nog een rol. Op het reactieplatform NUjij kwam ook aan bod of ouders kiezen voor veelvoorkomende namen of bewust voor uniekheid, waarmee het debat over identiteit en herkenbaarheid bij naamkeuze zichtbaar blijft.