Nu te zien: sneeuw- en vorsttrek

maandag, 12 januari 2026 (11:17) - Vogelbescherming

In dit artikel:

Sneeuw- en vorsttrek is de acute verplaatsing van vogels wanneer kou, ijs en sneeuw voedsel en open water ontoegankelijk maken. In koude periodes — vooral bij vorstgolven — verlaten vogels hun vaste verblijfplaatsen en zoeken ze gebieden met milder weer, vaak richting de Nederlandse kust of stedelijke warmte-eilanden. Dit gedrag zie je bij uiteenlopende soorten: van roodborst en lijsters tot wulpen, ganzen, eenden en zwanen. GPS‑onderzoek bij wadvogels zoals de wulp toont dat vogels tijdens strenge omstandigheden korteafstandsevacuaties maken; in zachtere jaren blijven ze juist op hun plek.

Sneeuw- en vorsttrek verschilt van gewone, seizoensgebonden trek: het is geen vaste jaargetijdenbeweging maar een directe reactie op voedsel- en waterbeschikbaarheid. Daardoor kunnen ook standvogels tijdelijk massaal gaan trekken. Bij bevroren grond en dichtgevroren water verdwijnen bessen, zaden en waterplanten onder sneeuw, waardoor grazende soorten als brandgans, kolgans, smient en verschillende zwanen eerst naar het westen (kust) uitwijken en bij aanhoudende kou verder zuidwaarts trekken. Steltlopers die op akkers foerageren volgen een vergelijkbare route, maar kunnen vaak langer in kwelders blijven.

Steden zijn aantrekkelijk door het warmte-eiland-effect; stedelijk gebied is vaak 1–4°C warmer, in grote steden 5–7°C, waardoor tuinen en parken in koude periodes meer wintergasten trekken. Klimaatopwarming maakt sneeuw- en vorsttrek echter minder frequent dan vroeger. Bij dooi keren vogels snel weer terug, wat deze trekkingsvorm tijdelijk en dynamisch maakt.